Naar boven ↑

Rechtspraak

Budget Solutions B.V./werkgever
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 26 juli 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:6578
Vervolg op AR 2022-0909. Nu arbeidsovereenkomst van rechtswege is geƫindigd tussen werknemer en werkgever, verzoekt bewindvoerster van werknemer aanzegvergoeding en transitievergoeding. Beide vorderingen worden toegewezen.

Feiten 

Zie ook AR 2022-0909. Bij beschikking 4 april 2019 van de kantonrechter zijn alle goederen die (zullen) toebehoren aan werknemer onder bewind gesteld, met benoeming van Budget Solutions B.V. tot bewindvoerster (hierna: Budget Solutions). Werknemer is op of omstreeks 1 april 2021 op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van twaalf maanden in dienst getreden als banketbakker/bakker bij werkgever. Budget Solutions verzoekt werkgever te veroordelen tot de betaling van een aanzegvergoeding en een transitievergoeding aan Budget Solutions. 

Oordeel 

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgever is niet in de procedure verschenen en heeft geen verweer gevoerd. Daarom wordt uitgegaan van de juistheid van de stellingen van Budget Solutions. Reeds geoordeeld is dat in de procedure met zaaknummer 9881891 \ VZ VERZ 22-6863 voor recht is verklaard dat de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst d.d. 1 april 2021 rechtsgeldig is geëindigd op 31 maart 2022 en tussentijds noch rechtsgeldig is opgezegd, noch rechtsgeldig is beëindigd. Gelet hierop staat vast dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd op 31 maart 2022. Op grond van het bepaalde in artikel 7:668 lid 1 BW had werkgever uiterlijk op 28 februari 2022 werknemer schriftelijk moeten informeren over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Nu Budget Solutions onweersproken heeft gesteld dat werkgever heeft nagelaten werknemer te informeren, is de kantonrechter van oordeel dat de verzochte aanzegvergoeding van € 1.684,80 dient te worden toegewezen. Nu is geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd op 31 maart 2022 en Budget Solutions onbetwist heeft gesteld dat de arbeidsovereenkomst op initiatief van werkgever niet aansluitend is voortgezet en voor het eindigen van de arbeidsovereenkomst geen opvolgende arbeidsovereenkomst is aangegaan, is de kantonrechter van oordeel dat de verzochte transitievergoeding van € 606,53 bruto eveneens toewijsbaar is.