Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Den Haag (Locatie Leiden), 14 juli 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:7903
Werkgeefster heeft niet (tijdig) voldaan aan de aanzegverplichting van een maand en is een maand loon als aanzegvergoeding verschuldigd.

Feiten

Werknemer is op 1 september 2021 in dienst getreden bij werkgeefster in de functie van administratief medewerker. De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd en van rechtswege geëindigd op 31 maart 2022. De arbeidsovereenkomst is niet voortgezet. In artikel 11 van de arbeidsovereenkomst is opgenomen dat werkgeefster ten minste een maand voor de einddatum van de arbeidsovereenkomst tracht kenbaar te maken of de intentie bestaat om de arbeidsovereenkomst voort te zetten. Werknemer verzoekt onder meer werkgeefster te veroordelen tot betaling van een vergoeding wegens het niet nakomen van de aanzegverplichting als bedoeld in artikel 7:668 lid 1 onderdeel a BW. Volgens werkgeefster was duidelijk dat de arbeidsovereenkomst tijdelijk werd aangegaan. Bovendien is in de arbeidsovereenkomst niet opgenomen dat deze zal worden verlengd. Er is namelijk bepaald dat de overeenkomst eventueel kan worden verlengd.

Oordeel

De kantonrechter is van oordeel dat de aanzegverplichting van artikel 7:668 lid 1 onderdeel a BW in het geheel niet is nagekomen. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de aanzegverplichting in het leven is geroepen om te verzekeren dat de werknemer op tijd weet wat de bedoelingen van de werkgever zijn als het gaat om het al dan niet voortzetten van de arbeidsrelatie, zodat daarover geen misverstand kan ontstaan en de werknemer, als dat nodig is, op tijd op zoek kan gaan naar ander werk. De uitleg van de werkgever dat uit artikel 11 van de arbeidsovereenkomst duidelijk blijkt dat deze definitief eindigt op 31 maart 2022, volgt de kantonrechter niet. Artikel 11 bevat geen duidelijke en ondubbelzinnige aanzegging van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Dat werkgeefster op 31 maart 2022 mondeling aan werknemer heeft meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd, is niet voldoende. Artikel 7:668 BW vereist een schriftelijke aanzegging. Werkgeefster heeft werknemer niet schriftelijk uiterlijk een maand voor het aflopen van de arbeidsovereenkomst geïnformeerd over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Dat betekent dat werkgeefster zal worden veroordeeld tot betaling van het bedrag aan loon voor één maand. Werknemer heeft eveneens recht op uitbetaling van vakantiegeld en opgebouwde en niet-opgenomen verlofuren.