Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 23 augustus 2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:2413
Feiten
Werkgever (hierna: appellante) is een onderneming die zich bezighoudt met de advisering op het gebied van informatietechnologie en met het ontwikkelen, produceren en uitgeven van software. Werknemers (hierna: geïntimeerden) zijn in de periode 2000-2004 in dienst getreden bij een rechtsvoorgangster van appellante. Tot en met 31 december 2007 was de bedrijfseigen cao van appellante van toepassing op de arbeidsovereenkomsten van de werknemers van appellante. In 2008 is appellante met de COR een arbeidsvoorwaardenregeling overeengekomen die in de plaats kwam van de bedrijfseigen cao (hierna: de Arbeidsvoorwaardengids), met daarin een jubileumregeling van een extra nettomaandsalaris. Bij brief van 16 december 2016 heeft appellante een verzoek tot instemming bij de COR ingediend om de jubileumregeling aan te passen, in die zin dat het extra maandsalaris komt te vervallen. Als reden daartoe heeft appellante de sterk dalende inkomsten en winstgevendheid van het bedrijf gegeven en de noodzaak om toch te kunnen blijven investeren in training en ontwikkeling. De COR heeft dit verzoek geweigerd. Bij brief van 29 december 2016 heeft appellante aan de COR meegedeeld dat zij een voldoende zwaarwegend belang heeft om tot beëindiging van de jubileumuitkering over te gaan. Appellante heeft daarom besloten de jubileumuitkering met ingang van 1 januari 2017 te beëindigen op de wijze zoals beschreven in de instemmingsaanvraag van 16 december 2016. In 2017 en een deel van 2018 heeft er veelvuldig overleg plaatsgevonden tussen appellante en de COR. Appellante besluit de jubileumuitkering definitief per 1 januari 2018 te beëindigen. In oktober 2018 heeft de Geschillencommissie van appellante de klachten van geïntimeerden met betrekking tot het niet correct toepassen van de jubileumuitkering gegrond verklaard. Geïntimeerden hebben in eerste aanleg gevorderd om (a) te verklaren voor recht dat het door appellante per 1 januari 2018 eenzijdig uitgevoerde besluit tot wijziging van de jubileumuitkering niet rechtmatig is, (b) appellante te veroordelen tot naleving van artikel 8.8. van de Arbeidsvoorwaardengids 2017 en (daarmee) tot betaling van (het restant van) de jubileumuitkering(en) aan geïntimeerden. Appellante heeft zich verweerd en geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen. De kantonrechter de gevorderde verklaring voor recht - dat het door appellante per 1 januari 2018 eenzijdig uitgevoerde besluit tot wijziging van de jubileumuitkering niet rechtmatig is - toegewezen. Ook heeft de kantonrechter appellante veroordeeld tot naleving van artikel 8.8. van de Arbeidsvoorwaardengids 2017 en tot betaling van (het restant van) de jubileumuitkeringen. Naar het oordeel van de kantonrechter was er geen sprake van een zwaarwegend belang aan de zijde van appellante.
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt.
Reconventionele vordering van appellante in hoger beroep
Appellante heeft in hoger beroep voor het eerst een eis in reconventie ingesteld. Artikel 353 lid 1 Rv staat hier naar het oordeel van het hof aan in de weg. De desbetreffende vorderingen van appellante komen daarom niet voor toewijzing in aanmerking.
Toepasselijke arbeidsvoorwaardenregelingen gerechtelijke erkentenis
Geïntimeerden maken aanspraak op volledige uitbetaling van de jubileumuitkering. Zij beroepen zich daarbij in hoger beroep op de in de bedrijfseigen cao neergelegde arbeidsvoorwaarden, waaronder de jubileumuitkering. Geïntimeerden zijn op grond van hun lidmaatschap van de FNV gebonden aan die cao. Volgens geïntimeerden heeft deze cao nawerking omdat er geen nieuwe cao is gesloten nadat de cao was geëxpireerd. Nadien heeft appellante in 2008 wel in overleg met de COR de Arbeidsvoorwaardengids opgesteld, maar geïntimeerden hebben niet ingestemd met die Arbeidsvoorwaardengids. Appellante betwist dat de bedrijfseigen cao op geïntimeerden van toepassing is. Appellante stelt dat geïntimeerden in hoger beroep niet kunnen terugkomen op hun uitdrukkelijke en ondubbelzinnige erkenning in eerste aanleg dat de Arbeidsvoorwaardengids op hen van toepassing is. Het hof oordeelt dat er sprake is van een gerechtelijke erkentenis ex artikel 154 Rv omdat beide partijen in eerste aanleg hebben gesteld dat de Arbeidsvoorwaardengids op geïntimeerden van toepassing is en dat partijen hierop niet kunnen terugkomen. Het hof oordeelt dat de Arbeidsvoorwaardengids 2017 van toepassing was op de individuele arbeidsovereenkomsten van geïntimeerden.
Eenzijdig wijzigingsbeding (artikel 7:613 BW)
Het hof is van oordeel dat appellante voldoende heeft onderbouwd dat zij een zwaarwichtig bedrijfseconomisch belang heeft bij de wijziging van de jubileumregeling, omdat ze al sinds 2016 in een (zeer) verliesgevende situatie verkeert die noodzaakt tot arbeidsvoorwaardelijk ingrijpen. Het hof is van oordeel dat het belang van appellante bij de wijziging van de jubileumregeling in relatie tot het belang van geïntimeerden bij ongewijzigde toepassing van de jubileumregeling zodanig zwaarwichtig is dat het belang van appellante naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet prevaleren. Geïntimeerden hebben niet betwist dat een deel van de medewerkers van appellante niet meer in staat is om aansluiting te vinden bij de huidige eisen van de IT-markt en van de klanten van appellante. Nu appellante op grond van artikel 7:613 BW gerechtigd was om de jubileumregeling te wijzigen, is naar het oordeel van het hof van strijd met goed werkgeverschap ex artikel 7:611 BW geen sprake. Het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd en de vorderingen van geïntimeerden worden afgewezen.