Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgever/werknemer
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 26 augustus 2022
ECLI:NL:RBGEL:2022:4956
Studiekostenbeding. Werknemer voldoende geïnformeerd over financiële consequenties van volgen studie na meenemen en daarna ondertekenen studieovereenkomst. Studie ook vanwege wens werknemer gestart, zodat werknemer kan worden gehouden aan terugbetalingsverplichting.

Feiten  

Werkgever is gespecialiseerd in de vervaardiging van deuren, ramen en kozijnen van hout. Werknemer was in dienst bij werkgever. Partijen hebben op 1 maart 2019 een studieovereenkomst gesloten met studiekostenbeding. Werknemer heeft in maart 2021 zijn dienstverband bij werkgever opgezegd. Per brief van 1 april 2021 heeft werkgever deze opzegging bevestigd en daarin onder meer geschreven dat werknemer zijn studiekosten terug diende te betalen en dat die kosten in mindering werden gebracht op zijn vakantiegeld. Werkgever vordert onder meer de veroordeling van werknemer tot betaling van een bedrag van € 308,15.   

Oordeel 

De eerste vraag die voorligt, is of werkgever op basis van de studieovereenkomst studiekosten kan terugvorderen van werknemer. Volgens werknemer is het niet redelijk en billijk om de studiekosten terug te vorderen, omdat hij verplicht was om de studie te volgen en de consequentie van het terugbetalen van de kosten niet duidelijk aan hem is uiteengezet. Werkgever voert aan dat de opleiding niet noodzakelijk was voor de functie, maar dat werknemer zelf heeft aangegeven zich te willen verbeteren. Ook zou werkgever de studieovereenkomst duidelijk aan werknemer hebben uitgelegd. Tussen partijen is niet in geschil dat voorafgaand aan de ondertekening een bespreking heeft plaatsgevonden tussen werknemer en zijn leidinggevende over de inhoud van de studieovereenkomst. Volgens werkgever is de studieovereenkomst toen regel voor regel besproken en mee naar huis gegeven, zodat werknemer de overeenkomst nog zelf kon doorlezen. Werknemer betwist weliswaar dat het onderdeel over de terugbetaling ook met hem is besproken, maar hij betwist niet dat hij de studieovereenkomst heeft meegekregen om te kunnen lezen voordat hij deze heeft getekend. In artikel 5 is de terugbetalingsverplichting uiteengezet en in artikel 4 is het totaalbedrag genoemd dat onder de studieovereenkomst valt. Door deze bepalingen was werknemer voldoende geïnformeerd over de financiële consequenties die het volgen van de studie voor hem zou kunnen hebben als hij de arbeidsovereenkomst zou opzeggen. Uit zijn ondertekening mocht werkgever vervolgens opmaken dat werknemer met de studieovereenkomst heeft ingestemd.
Met betrekking tot de verplichting om de studie te volgen heeft werknemer tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat hij gevraagd had om een loonsverhoging en dat werkgever hem toen heeft gewezen op de mogelijkheid om de studie te volgen. Daaruit maakt de kantonrechter op dat de studie ook vanwege deze wens van werknemer is gestart en niet noodzakelijk was voor zijn toenmalige functie. De kantonrechter is gelet op deze omstandigheden van oordeel dat werknemer kan worden gehouden aan de terugbetalingsverplichting van de studieovereenkomst. De hoogte van het bedrag dat werknemer aan werkgever moet betalen wordt vervolgens aangepast, omdat werkgever op grond van studiekostenovereenkomst 56/60ste van het studiebedrag mocht terugvorderen.