Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 24 mei 2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:1572
Feiten
Werkneemster is op 1 oktober 2014 in dienst getreden van ITX Nederland B.V., handelende onder de naam Zara (hierna: Zara). Binnen Zara geldt een kluisprocedure, waarvoor werkneemster een formulier ter bevestiging van de ontvangst heeft ondertekend. Bij Zara wordt de contant betaalde dagopbrengst dagelijks in een sealbag gedaan, die volgens de kluisprocedure in de kluis wordt gestopt. Periodiek worden de sealbags met de dagopbrengsten door een geldtransportbedrijf opgehaald. Op 13 februari 2020 is bij sluiting van de winkel genoteerd dat zich twee sealbags in de kluis bevinden. Op 14 februari 2020 bij opening van de winkel is werkneemster samen met collega X in de kluis geweest om de geldkistjes met het startkapitaal voor de kassa’s uit de kluis te halen. Later die ochtend is collega X de kluisruimte ingegaan om de in de kluis aanwezige dagopbrengsten aan het geldtransportbedrijf mee te geven. Er is die dag één sealbag meegegeven. Vervolgens is, nadat werd vastgesteld dat het geldtransportbedrijf te weinig geld naar de bankrekening van Zara heeft overgemaakt, werkneemster op 2 maart 2020 geschorst gedurende het onderzoek daarnaar. Op 10 maart 2020 heeft Zara werkneemster op staande voet ontslagen wegens (i) het zonder toestemming van Zara wegnemen van de sealbag, (ii) het in strijd handelen met het arbeidsreglement, waaronder de kluisprocedure, en (iii) het in strijd handelen met de kluisprocedure. Op 12 maart 2020 heeft Zara aangifte gedaan van verduistering jegens werkneemster. Op 23 november 2021 heeft de politierechter werkneemster hiervan vrijgesproken, aangezien het tenlastegelegde niet is bewezen. Werkneemster heeft in eerste aanleg verzocht Zara te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding, transitievergoeding, billijke vergoeding, achterstallig salaris, wettelijke rente en tot het intrekken van de registratie bij de Stichting Fraude Aanpak Detailhandel. De kantonrechter heeft geoordeeld dat werkneemster de sealbag heeft weggenomen uit de kluis van Zara en dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. Alle verzoeken van werkneemster zijn afgewezen. Tegen deze beslissingen en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt werkneemster in hoger beroep op.
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt. Naar het oordeel van het hof kan uit de vastgestelde feiten niet worden afgeleid dat werkneemster de missende sealbag heeft weggenomen (gedraging i van de ontslagbrief). Dit volgt namelijk niet uit de camerabeelden. Daar komt bij dat andere scenario’s niet ondenkbaar zijn. Niet kan worden uitgesloten dat collega X de ontbrekende sealbag heeft weggenomen. Met betrekking tot het gestelde handelen in strijd met het arbeidsreglement en de kluisprocedure (gedragingen ii en iii) overweegt het hof dat Zara in de ontslagbrief heeft toegelicht dat werkneemster na het ophalen van de sealbags door het geldtransportbedrijf geen melding heeft gemaakt van de missende sealbag. Werkneemster heeft dit verwijt niet weersproken. In de kluisprocedure is opgenomen dat indien er onregelmatigheden worden vastgesteld, de loss and prevention manager direct moet worden geïnformeerd. Dat werkneemster dit niet heeft gedaan, betekent dat zij weliswaar niet als goed werknemer heeft gehandeld, maar niet gezegd kan worden dat daarmee een dringende reden bestaat. Het gevolg is dat de opzegging zonder dringende reden is gedaan in strijd met artikel 7:671 BW en dat het verzoek van werkneemster om voor recht te verklaren dat zij ten onrechte op staande voet is ontslagen, wordt toegewezen.