Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 31 augustus 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:7383
Feiten
Werknemer is sinds 1 december 2008 in dienst van Ergra Low-vision B.V. (hierna: Ergra). Ergra verzorgt de polikliniek oogheelkunde van veel ziekenhuizen en verzorgt de daaruit voortvloeiende low-vision-werkzaamheden (levering van hulpmiddelen en producten voor verbetering van het zien). De arbeidsovereenkomst bevat een concurrentiebeding. Bij brief van 25 mei 2009 is de arbeidsovereenkomst van werknemer omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Op 30 november 2020 heeft werknemer zich ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder de naam ‘Dijkzicht low vision’. Op 1 november 2021 zegt werknemer de arbeidsovereenkomst op per 1 november 2021. Naar aanleiding van het vermeend overtreden van het concurrentie- en relatiebeding door werknemer, heeft Ergra Hofmann Bedrijfsrecherche (hierna: Hofmann) ingeschakeld om een onderzoek uit te voeren. Uit dit onderzoek is gebleken dat werknemer klantenbestanden van Ergra heeft bewerkt door de gegevens van Dijkzicht Low Vision op te nemen in deze bestanden, terwijl werknemer nog in dienst was bij Ergra. Verder heeft werknemer gegevens van Ergra verwijderd van de zakelijke Ergra OneDrive clouddata en heeft hij bijna 1.500 Ergra Exel-bestanden met uitgebreide klantgegevens gekopieerd naar een usb-stick. Ergra vordert dat de kantonrechter werknemer gebiedt om iedere inbreuk op het non-concurrentiebeding te staken op straffe van een dwangsom van € 10.000, werknemer te veroordelen tot betaling van € 100.000 bij wijze van voorschot op de door hem verbeurde boete en werknemer te veroordelen om aan Ergra de kosten ex artikel 6:96 lid 2 BW te betalen.
Oordeel
Geldigheid concurrentiebeding
Tussen partijen is in geschil of is voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:653 lid 1 BW, nu in de omzettingsbrief van 25 mei 2009 niet is verwezen naar het concurrentiebeding. Uit de parlementaire geschiedenis volgt dat indien een tijdelijke arbeidsovereenkomst zonder tegenspraak wordt voortgezet, het bij de eerste overeenkomst overeengekomen concurrentiebeding inclusief de schriftelijke motivering in beginsel zijn geldigheid behoudt, tenzij een gewijzigde arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. Het beding behoeft niet opnieuw schriftelijk overeengekomen te worden zolang de functie niet ingrijpend is gewijzigd. In het geval van werknemer is geen sprake geweest van een gewijzigde arbeidsovereenkomst en geen wijziging van de functie. Het concurrentiebeding hoefde dus niet opnieuw overeengekomen te worden waardoor is voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste.
Reikwijdte concurrentiebeding
Ten aanzien van de reikwijdte van het concurrentiebeding oordeelt de kantonrechter als volgt. Tussen partijen is in geschil wat wordt bedoeld met de zin “Dit beding geldt in de plaatsen waar Ergra gevestigd is” zoals deze is opgenomen in het concurrentiebeding. Het concurrentiebeding moet worden uitgelegd aan de hand van de Haviltex-norm. Ergra stelt dat van werknemer mocht worden verwacht dat het voor hem duidelijk was dat wordt gedoeld op de verschillende plaatsen en ziekenhuizen waar Ergra haar activiteiten ontplooit en waar haar medewerkers actief zijn. Werknemer stelt daarentegen dat het beding enkel in Den Haag geldt, aangezien Ergra daar is gevestigd en zich bij de aanvang van het dienstverband meerdere vestigingen van Ergra in Den Haag bevonden. Werknemer heeft echter tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat hij aan het begin van zijn dienstverband in de regio Noord-Brabant werkte, reden dat werknemer niet wordt gevolgd in zijn stelling dat het beding slechts ziet op de vestigingen van Ergra in Den Haag. Het beding omvat daarentegen niet ook de toekomstige vestigingsplaatsen van Ergra nu werknemer bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst niet kon overzien op welke wijze Ergra zou uitbreiden. Het beding geldt dus enkel voor de in 2008 bestaande vestigingen van Ergra.
Overtreding concurrentiebeding
Werknemer heeft vlak voor zijn vertrek bij Ergra Excel-bestanden met uitgebreide Ergra klantgegevens naar een usb-stick gekopieerd en een door Ergra ontwikkeld Excel-bestand dat gebruikt wordt om klantgegevens vast te leggen, voorzien van een logo van Dijkzicht low vision. Verder heeft werknemer klanten van Ergra bediend onder naam van zijn eigen bedrijf terwijl hij nog in dienst was bij Ergra. Daarmee is het concurrentiebeding overtreden. Het verweer van werknemer dat dit niet de bedoeling is geweest, doet hier niet aan af. De vordering van Ergra om werknemer te gebieden om zijn werkzaamheden ten behoeve van de ziekenhuizen te staken en gestaakt te houden wordt dan ook toegewezen. De gevorderde dwangsom wordt gematigd tot € 5.000 voor elke overtreding en € 1.000 voor elke dag dat de overtreding voortduurt. Vanwege overtredingen van het concurrentiebeding is werknemer tevens een boete van € 25.000 verschuldigd aan Ergra. Tot slot wordt werknemer veroordeeld tot betaling van een voorschot van € 5.000 op de kosten voor het onderzoek door Hoffmann.