Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 14 september 2022
ECLI:NL:RBNHO:2022:8745
Feiten
In oktober 2009 hebben betrokkene 1, 2 en 3 PreMeo opgericht. In 2016 is PreMeo voortgezet als besloten vennootschap. Vanwege aanhoudende conflicten tussen enerzijds betrokkene 1 en betrokkene 2 en anderzijds betrokkene 3, is werknemer op 8 februari 2016 aangesteld. Omdat de conflicten tussen de bestuurders verergerden, zijn de aandeelhouders samen met een externe adviseur medio 2020 in gesprek gegaan over de verkoop van PreMeo. Uiteindelijk heeft betrokkene 3 eind 2020 al zijn aandelen in PreMeo verkocht aan betrokkene 4. Op 23 juli 2020 is IAZH Holding GmbH (hierna: IAZH) opgericht door betrokkene 5. Op 6 januari 2021 heeft werknemer zich ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft op 11 januari 2021 geoordeeld dat de oorzaak van de ziekte van werknemer werkgerelateerd was. Na een mediationtraject hebben PreMeo en werknemer op 8 maart 2021 een vaststellingsovereenkomst gesloten. Op 2 juni 2021 heeft PreMeo werknemer verzocht om zijn werklaptop in te leveren. Op 31 juli 2021 heeft werknemer aan PreMeo laten weten dat hij de harde schijf van die laptop heeft vernietigd en de restanten naar de vuilstort heeft gebracht. PreMeo heeft Hoffmann Bedrijfsrecherche ingeschakeld om te laten onderzoeken of werknemer vertrouwelijke en strategische informatie heeft meegenomen en verstrekt aan IAZH GmbH in Duitsland. Hieruit is gebleken dat werknemer gedurende zijn dienstverband bij PTV, activiteiten heeft ontplooid voor, en betrokken was bij, activiteiten van IAZH in Duitsland. Op 28 december 2021 heeft PreMeo de vaststellingsovereenkomst buitengerechtelijk partieel vernietigd op grond van dwaling en bedrog. Werknemer vordert nakoming van de vaststellingsovereenkomst.
Oordeel
Uit hetgeen op zitting is verklaard is gebleken dat werknemer ten tijde van de onderhandelingen over de vaststellingsovereenkomst tot over zijn oren verwikkeld was in het opzetten van een soortgelijke onderneming als PreMeo in Duitsland. Naast het oordeel van de kantonrechter wist werknemer dat deze informatie voor PreMeo van groot belang was en dat PreMeo geen vaststellingsovereenkomst zou zijn aangegaan onder de voorwaarden die in de vaststellingsovereenkomst terecht zijn gekomen (betaling van de beëindigingsvergoeding en de reguliere eindafrekening) als zij op de hoogte was geweest van het reilen en zeilen van werknemer. Werknemer had bij het aangaan van de vaststellingsovereenkomst de (voorgenomen) oprichting van IAZH moeten melden. Met zijn handelwijze heeft werknemer ervoor gezorgd dat PreMeo heeft gedwaald bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst en heeft werknemer zich schuldig gemaakt aan bedrog. PreMeo heeft de artikelen 3 en 4 van de vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig partieel vernietigd zodat PreMeo niet gehouden is tot nakoming van de afspraken. De vordering van werknemer zal daarom worden afgewezen. Premeo vordert betaling van het onverschuldigd betaald loon. De kantonrechter wijst deze vordering toe. Werknemer had moeten weten dat PreMeo hem niet zou vrijstellen van re-integratiewerkzaamheden en het loon zou hebben doorbetaald als zij op de hoogte was geweest van de handelswijze van werknemer. De vordering tot terugbetaling van de kosten rechtsbijstand wordt afgewezen. Werknemer moet wel de gemaakte onderzoekskosten terugbetalen. Niet is gebleken dat sprake is van onrechtmatige concurrentie.