Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/ werkgeefster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Lelystad), 25 mei 2022
ECLI:NL:RBMNE:2022:3251
Werkneemster werkt voldoende mee aan re-integratieverplichtingen. Dat zij nog geen re-integratiewerkzaamheden heeft verricht, kan haar niet worden verweten nu het voorstel van werkgever volgende de bedrijfsarts niet herstelbevorderend is en minder passend.

Feiten

Werkneemster is op 1 mei 2019 in dienst getreden bij werkgeefster. Op 7 juni 2021 heeft werkneemster zich ziek gemeld. Op 21 februari 2022 heeft werkgeefster aan werkneemster bericht dat zij het betreurt dat werkneemster niet meewerkt aan haar re-integratie en dat als zij dat niet alsnog gaat doen, de loonbetaling wordt opgeschort. Per 23 februari 2022 heeft werkgeefster geen loon meer betaald. Op 24 maart 2022 heeft werkgeefster aan werkneemster bericht dat de loonopschorting wordt omgezet in een loonstop, omdat zij niet meewerkt aan haar re-integratie. Werkgeefster heeft op 10 maart 2022 een deskundigenoordeel aangevraagd bij het UWV over de vraag of werkneemster aan haar re-integratieverplichtingen voldoet. Het UWV heeft geoordeeld dat de loonstop niet op deugdelijke grond gebeurt en heeft de re-integratie-inspanningen van werkneemster voldoende beoordeeld. Werkneemster vordert betaling van achterstallig loon.

Oordeel

Naar het oordeel van de kantonrechter moet ervan uit moet worden gegaan dat werkneemster voldoende meewerkt aan haar re-integratieverplichtingen. Dit baseert de kantonrechter op het deskundigenoordeel van 30 maart 2022 en op de probleemanalyse van de bedrijfsarts van 25 april 2022 waarin zij aangeeft dat re-integratie op de school die werkgeefster heeft voorgesteld, niet herstelbevorderend is en minder passend is. Dat werkneemster nog geen re-integratiewerkzaamheden heeft verricht op de school, kon haar dus in de gegeven omstandigheden niet worden verweten. Dat werkgeefster tegen het oordeel van het UWV een klacht heeft ingediend, moge zo zijn, maar dat maakt het oordeel van de kantonrechter vooralsnog niet anders. De kantonrechter acht voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure bij deze stand van zaken zal worden geoordeeld dat werkgeefster op 23 februari 2022 ten onrechte een loonstop heeft ingesteld. Daarop vooruitlopend is thans het voorlopig oordeel dat werkneemster aanspraak heeft op doorbetaling van het loon.