Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/ inlener
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 17 november 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:10111
Uitglijden in een trappenhuis over een pak folders betreft een “huis-, tuin- en keukenongeval”, waarvoor geen werkgeversaansprakelijkheid geldt. Dit ligt anders als het trappenhuis niet goed was verlicht. Deelgeschilprocedure leent zich echter niet voor nadere bewijslevering.

Feiten

Werknemer is vanaf 9 augustus 2010 tot 1 augustus 2021 in dienst geweest van X, die als onderaannemer in drukke periode door inlener ingeschakeld. Op 20 november 2020 is werknemer via X door inlener ingezet voor het verrichten van elektrawerkzaamheden in een woning op de tweede verdieping. Werknemer is daarbij, toen hij de trappen afliep, uitgegleden over een in plastic verpakte stapel folders, die hij niet had zien liggen, en heeft daardoor een kwetsuur aan twee pezen in zijn schouder opgelopen. Op een gegeven moment heeft de verzekeringstussenpersoon van X zich gewend tot de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekeraar van Y met de vraag of inlener aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval. De verzekeraar heeft aangegeven dat hij inlener niet aansprakelijk acht. De verzekeringstussenpersoon heeft dit per e-mail d.d. 17 mei 2021 betwist. Per brief d.d. 18 juni 2021 heeft de gemachtigde van werknemer aan Y geschreven dat hij meent dat aansprakelijkheid kan worden gebaseerd op artikel 7:658 lid 4 BW. Y heeft afwijzing van aansprakelijkheid per e-mail d.d. 18 juni 2021 gehandhaafd. Werknemer verzoekt een verklaring voor recht dat inlener aansprakelijk is voor de schade die hij lijdt en nog zal lijden als gevolg van het ongeval.

Oordeel

De concreet te beantwoorden vragen zijn of werknemer al dan niet naar een mogelijk gevaarlijke/onveilige werkplek is toegestuurd en/of er sprake was van omstandigheden op de werkplek waar inlener specifiek voor had moeten waarschuwen en/of inlener specifieke instructies had moeten geven om te voorkomen dat werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade zou lijden. In dit kader acht de kantonrechter van groot belang of er al dan niet voldoende licht was in het trappenhuis. De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat als er wel voldoende licht was in het trappenhuis het uitglijden over een pak folders een ongelukkig “huis-, tuin- en keukenongeval” betreft, waarvoor geen werkgeversaansprakelijkheid geldt. In die situatie acht de kantonrechter geen sprake van schending van de zorgplicht door inlener. Het ontbreken van (voldoende) verlichting in het trappenhuis kan onder omstandigheden wel een schending van de zorgplicht van inlener opleveren. Werknemer heeft pas tijdens de mondelinge behandeling gesteld dat de lamp defect was. Inlener heeft terecht opgemerkt dat door deze wijze van procederen hem de mogelijk is ontnomen vóór de mondelinge behandeling voldoende opheldering te verkrijgen of de lamp op de dag van het ongeval werkte. Deze deelgeschilprocedure leent zich niet voor nader onderzoek naar de feiten door middel van bewijslevering. Het verzoek wordt afgewezen.