Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Aldi Deventer B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 5 december 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:10429
Ontbinding arbeidsovereenkomst. Ernstig verwijtbaar handelen werkgever. Hogere billijke vergoeding toegekend. Geen vergoeding (extra) kosten rechtsbijstand.

Feiten

Werkneemster heeft vanaf 1 februari 2013 gewerkt bij Aldi Deventer B.V. (hierna: Aldi). Werkneemster geeft leiding aan zeven filialen die behoren tot haar district. Aldi heeft op 2 juni 2021 een gesprek met werkneemster gevoerd over twee incidenten die tijdens de vakantie van werkneemster aan het licht waren gekomen (verzoek om vier blikjes bier voor haar te reserveren die in de reclame waren en de aankoop van twee kweekkasjes met prijsverlaging). In dit gesprek is namens Aldi gezegd dat het dienstverband moest eindigen omdat het vertrouwen in werkneemster is geschaad. Hierna hebben partijen overlegd over terugkeer van werkneemster bij Aldi of een regeling voor beëindiging van het dienstverband. Tot een akkoord is het niet gekomen. In de maanden augustus tot en met oktober hebben partijen een mediationtraject doorlopen, zonder oplossing. In oktober 2021 en maart 2022 is er nog contact geweest over herplaatsing. Ook dit heeft niet tot overeenstemming geleid. Aldi heeft vervolgens een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter ingediend. De kantonrechter heeft geoordeeld dat sprake is van een ernstig en duurzaam verstoorde verhouding tussen partijen en heeft de arbeidsovereenkomst per 1 juli 2022 op de g-grond ontbonden. De kantonrechter heeft werkneemster de transitievergoeding, een billijke vergoeding van € 50.000 en een tegemoetkoming in de advocaatkosten van € 6.000 toegekend. Om deze laatste twee vergoedingen gaat het in hoger beroep: werkneemster vindt dat bedrag te laag en verzoekt om de billijke vergoeding te stellen op € 500.000. Aldi vindt dat er geen billijke vergoeding moet worden toegekend, althans dat het door de kantonrechter bepaalde bedrag te hoog is. Ook is Aldi het niet eens met de toegekende vergoeding voor advocaatkosten.

Oordeel

Het hof oordeelt dat Aldi ernstig verwijtbaar heeft gehandeld zoals bedoeld in de wet. Daarom wijst het hof, net als de kantonrechter, het verzoek tot betaling van een billijke vergoeding toe, maar het hof komt tot een hoger bedrag. De vergoeding van advocaatkosten wijst het hof niet toe. 

Beoordeling van de gebeurtenissen

Naar aanleiding van de twee incidenten nodigt Aldi werkneemster nog tijdens haar vakantie uit voor een gesprek met haar leidinggevende op 2 juni 2021, de dag na haar terugkeer. De leidinggevende vertelt niet waarover het gesprek zal gaan, ook niet nadat werkneemster hem dat telefonisch vanuit haar vakantieadres vraagt. Tijdens het gesprek benoemt de leidinggevende de twee incidenten. Volgens werkneemster is haar handelwijze in beide zaken correct. De leidinggevende vindt dat het vertrouwen in werkneemster is geschaad en zegt dat het dienstverband moet eindigen, ofwel via een minnelijke regeling, ofwel via de rechter. Naar het oordeel van het hof is door toedoen van Aldi de arbeidsverhouding duurzaam en onherstelbaar verstoord geraakt. Op zichzelf mocht Aldi de handelwijze van werkneemster over de reservering en afprijzing ter discussie stellen. Er is in deze procedure een debat ontstaan over de vraag welke artikelen wel en niet gereserveerd mochten worden. Het hof geeft daarbij aan dat het opvallend is dat de regels over reservering van producten niet in de zeer uitgebreide handboeken van Aldi staan. Dat had veel discussie kunnen voorkomen. Maar zelfs als het juist is wat werkneemster over de reservering van artikelen stelt (namelijk dat dat wel is toegestaan), dan mag Aldi dat ter sprake brengen en van zijn leidinggevenden vragen om dat in de toekomst, vanwege hun voorbeeldfunctie, niet meer te doen. Datzelfde geldt voor de handelwijze over de afprijzing van de kweekkasjes. In zoverre oordeelt het hof dat het minder relevant is wie nu het gelijk over deze kwesties aan zijn zijde heeft. Tot een oplossingsgericht gesprek is het echter niet gekomen, omdat in het gesprek van 2 juni 2021 direct het vertrouwen in werkneemster is opgezegd en is ingezet op beëindiging van het dienstverband, met of zonder medewerking van werkneemster. Tijdens de zitting is het het hof duidelijk geworden dat beide partijen er een aandeel in hebben dat het ook na juni 2021 (ondanks mediation) niet meer mogelijk was om tot elkaar te komen.

Billijke vergoeding en vergoeding kosten rechtsbijstand

Omdat sprake is van ernstige verwijtbaarheid aan de kant van Aldi moet hij aan werkneemster een billijke vergoeding betalen. Bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding vergelijkt het hof de feitelijke situatie, waarin sprake is van ernstige verwijtbaarheid van Aldi, met de hypothetische situatie dat die ernstige verwijtbaarheid ontbreekt. Het hof volgt werkneemster niet in haar (door Aldi betwiste) stelling dat zij in die laatste situatie nog tien jaar bij Aldi zou zijn blijven werken, maar gaat uit van ongeveer een jaar na de ontbindingsdatum. Daarbij is met name van belang dat er een groot verschil van inzicht tussen partijen bestaat en is blijven bestaan over de ernst en toelaatbaarheid de twee incidenten. Daarom acht het hof het waarschijnlijk dat, ook als Aldi werkneemster hierop had aangesproken zonder direct aan te sturen op beëindiging van het dienstverband, een flinke discussie was ontstaan met nadelige gevolgen voor de vertrouwensrelatie tussen hen. Vóór juni 2021 was er ook gesproken over het functioneren van werkneemster. Deze omstandigheden bij elkaar leiden het hof tot het oordeel dat het dienstverband zou eindigen op de genoemde termijn. De feitelijke situatie is dat werkneemster vanaf 1 juli 2022 een WW-uitkering ontvangt, waardoor zij ongeveer de helft van haar salaris ontvangt. Daarnaast heeft zij een transitievergoeding ontvangen. Het hof kent een billijke vergoeding van € 60.000 bruto toe. Het hof wijst de vergoeding van de kosten rechtsbijstand tot een bedrag van € 11.500 af, omdat werkneemster niet heeft onderbouwd dat het gaat om andere kosten dan die verband houden met deze procedure.