Naar boven ↑

Rechtspraak

X/EY Advisory Netherlands LLP
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 20 december 2022
ECLI:NL:GHDHA:2022:2504
Is de beslissing van de kantonrechter om zich onbevoegd te verklaren in verband met een arbitragebeding juist? Ook speelt de vraag of een aanspraak bestaat op een volledige proceskostenvergoeding.

Feiten

In de onderhavige zaak geldt als uitgangspunt de ‘AN Admission Agreement’, waarbij sprake is van een driepartijenovereenkomst tussen (1) EY Advisory Netherlands LLP, (2) de heer X in persoon, als EYAN Professional en (3) de persoonlijke vennootschap van X, als EYAN Partner. Tussen partijen is in geschil of de overeenkomst kwalificeert als een arbeidsovereenkomst of als een overeenkomst van opdracht. In artikel 7 van deze overeenkomst is opgenomen dat elk geschil dat voortvloeit uit de ‘AN Admission Agreement’, zal worden opgelost met inachtneming van artikel 25 van de AN Rules. In artikel 25 lid 1 onder 1 van de AN Rules is opgenomen dat alle geschillen worden beslist door het Nederlands Arbitrage Instituut. De kantonrechter heeft zich bij mondelinge uitspraak  – onder verwijzing naar het arbitragebeding – ex artikel 30p Rv onbevoegd verklaard en X veroordeeld in de proceskosten. Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt X in zijn beroepschrift op met drie grieven. Het verweerschrift van EYAN strekt tot bekrachtiging van de bestreden uitspraak. Zij verzoekt de zaak te verwijzen naar de kantonrechter voor het geval de grieven van X slagen. Zij verzoekt verder X te veroordelen tot betaling van de kosten van het hoger beroep, waaronder de volledige advocaatkosten.

Oordeel

Grief 1: mondelinge beslissing kantonrechter

In grief I klaagt X dat de kantonrechter ter mondelinge behandeling zonder meer mondeling heeft beslist. Naar het oordeel van het hof ligt in de bestreden uitspraak de vaststelling besloten dat X met zijn inleidende verzoekschrift een geschil aanhangig heeft gemaakt waarover een overeenkomst tot arbitrage is gesloten. Voor zover in de toelichting op de grief de klacht moet worden gelezen dat de kantonrechter dat niet heeft beoordeeld, berust deze klacht op een verkeerde lezing van de uitspraak. Voor zover in de toelichting op de grief wordt geklaagd dat de kantonrechter had moeten beoordelen op grond van welke rechtsverhouding X werkzaamheden voor EYAN heeft verricht (op grond van een arbeidsovereenkomst of niet), faalt deze klacht. Het hof ziet niet in waarom het voor de beantwoording van de vraag of een geschil aanhangig is gemaakt waarover een overeenkomst tot arbitrage is gesloten, van belang is of die overeenkomst wel of niet als een arbeidsovereenkomst zou moeten worden aangemerkt.

Grief II: EYAN heeft zich voor alle weren beroepen op het bestaan van een overeenkomst tot arbitrage

Het hof oordeelt dat in de bestreden mondelinge uitspraak inderdaad de vaststelling besloten ligt dat EYAN zich voor alle weren heeft beroepen op het bestaan van een overeenkomst tot arbitrage en dat die vaststelling juist is. De uitleg van een stellingname van EYAN in het vervolg van het verweerschrift in eerste aanleg, erop neerkomend dat EYAN “geen beroep doet op het bestaan van een tussen partijen in de arbeidsovereenkomst overeengekomen arbitragebeding, nu zij het bestaan van een arbeidsovereenkomst tussen partijen überhaupt ontkent”, snijdt reeds om die reden geen hout. Hetzelfde geldt voor de redenering van X dat EYAN haar tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst slechts afhankelijk heeft gesteld van de voorwaarde “voor zover een arbeidsovereenkomst tussen partijen aanwezig wordt geacht”. In zoverre oordeelt het hof dat grief II ondeugdelijk is.   

Grief III: de kantonrechter heeft het beroep van X op de (materiële) ongeldigheid van de eventuele overeenkomst tot arbitrage niet beoordeeld

X betoogt allereerst dat het arbitragebeding niet geldig is omdat niet kan worden aangenomen dat partijen het arbitragebeding ook van toepassing wilden laten zijn op een tussen hen geldende arbeidsovereenkomst. De arbeidsovereenkomst betreft een wezenlijk andere rechtsverhouding dan de overeenkomst zoals EYAN die kennelijk voorstaat. Het hof volgt X niet in dit betoog. Uitgangspunt is dat het geschil tussen partijen voortvloeit uit de AN Admission Agreement en daarmee een geschil is waarover een overeenkomst tot arbitrage is gesloten. X is – onder verwijzing naar Richtlijn (EU) 2019/1937 (bescherming klokkenluiders)  – van oordeel dat het arbitragebeding buiten toepassing moet worden gelaten omdat het inroepen daarvan door EYAN naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht. Het hof leest in deze richtlijn niet dat reeds de enkele overeenkomst tot arbitrage een ontoelaatbare beperking inhoudt van de rechten en remedies waarin de Richtlijn voorziet. Eveneens faalt het verweer van X dat de toepassing van de arbitrageclausule leidt tot strijdigheid met artikel 6 EVRM. X heeft verder een beroep gedaan op de vernietigbaarheid van het arbitragebeding op grond van artikel 6:233 aanhef en onder a BW. Het hof begrijpt dat het beding volgens X op grond van alle besproken omstandigheden onredelijk bezwarend is. Het hof verwerpt ook dit verweer omdat deze omstandigheden niet de conclusie wettigen dat het arbitragebeding onredelijk bezwarend is. Het hof gaat voorbij aan de stelling dat X rond zijn overstap in 2014 onder druk is gezet om de toetredingsovereenkomsten te ondertekenen. Grief III faalt naar het oordeel van het hof.

Incidenteel beroep EYAN

In dat beroep klaagt EYAN dat de kantonrechter X weliswaar heeft veroordeeld in de proceskosten,  maar daarmee is voorbijgegaan aan het verzoek van EYAN in eerste aanleg om een volledige proceskostenvergoeding. Zij verzoekt X alsnog te veroordelen tot betaling van de kosten van de procedure in eerste aanleg, waaronder de volledige advocaatkosten (begroot op € 49.546,25 exclusief btw en kantoorkosten). Er is een recht op volledige vergoeding van proceskosten indien sprake is van onrechtmatig procederen c.q. misbruik van procesrecht. Het hof is van oordeel dat niet is gebleken van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen aan de zijde van X. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking.