Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 19 december 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:11056
Feiten
Werknemer is op 1 juni 2007 in dienst getreden bij Lingen keramiek. Op 24 juni 2020 heeft werknemer zich ziekgemeld. Bij verzoekschrift van 2 augustus 2021 heeft Lingen Keramiek een verzoek tot ontbinding ingediend op de zogenoemd e- en g-grond. De kantonrechter heeft geoordeeld dat niet kon worden uitgegaan van (ernstig) verwijtbaar handelen van werknemer en dat het opzegverbod tijdens ziekte aan ontbinding op grond van een verstoorde arbeidsverhouding in de weg stond. Bij beslissing van 18 juli 2022 heeft het UWV, in het kader van een door werknemer gedane aanvraag voor een WIA-uitkering, geoordeeld dat werknemer niet meer arbeidsongeschikt is. Lingen Keramiek verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden, primair op de g-grond. Volgens Lingen Keramiek zijn de verhoudingen verstoord geraakt naar aanleiding van een op 23 juni 2020 door werknemer aan de directie verzonden e-mail met kritische en insinuerende vragen en verwijten. Na de vorige ontbindingsprocedure zouden de verhoudingen nog verder zijn verstoord.
Oordeel
De kantonrechter is van oordeel dat genoegzaam is gebleken dat zodanige scheuren zijn ontstaan in de vertrouwensband die noodzakelijk is voor een vruchtbare samenwerking, dat die vertrouwensband niet meer kan worden gerepareerd. Daarbij wijst de kantonrechter er in het bijzonder op dat partijen elkaar over en weer verwijten hebben gemaakt. Dat wederzijdse “steekspel” vormt geen basis om in vertrouwen verder aan een gezonde arbeidsrelatie te werken. Verder in aanmerking nemende dat Lingen Keramiek er blijk van heeft gegeven geen mogelijkheden meer te zien voor een vruchtbare samenwerking, dat ook werknemer te kennen heeft gegeven dat hij denkt dat het heel lastig gaat worden om nog bij Lingen Keramiek terug te keren en dat werknemer in deze zaak aanvankelijk een voorwaardelijk tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst had ingediend, is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende gebleken dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, met inachtneming van de opzegtermijn. Naar het oordeel van de kantonrechter is niet gebleken dat Lingen Keramiek doelbewust naar beëindiging van de arbeidsovereenkomst heeft gestreefd en, in het verlengde daarvan, is ook niet gebleken dat Lingen Keramiek ten aanzien van het ontstaan van de vertrouwensbreuk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Integendeel, naar het oordeel van de kantonrechter is het ontstaan van de vertrouwensbreuk vooral aan werknemer zelf te wijten. Hij is het immers geweest die, als leidinggevende, de verkopers van Lingen Keramiek, voorafgaand aan een gesprek met de directie op 23 juni 2020, insinuerende vragen heeft gesteld.