Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 3 maart 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:1393
Feiten
Werkneemster vordert in kort geding correcte en tijdige betaling van het loon (€ 780 bruto per maand) vanaf januari 2023 tot dat de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze is geëindigd. Werkgeefster is de Tandprothetische Praktijk Breda B.V. (hierna: TP Breda). Er is sprake van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van zeven maanden, die geacht wordt voor dezelfde tijd te zijn voortgezet.
Oordeel
TP Breda is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen, zodat tegen haar verstek is verleend. De vordering van werkneemster wordt op grond van artikel 139 Rv toegewezen. De kantonrechter merkt in dit verband op dat, zoals door werkneemster ook in de dagvaarding en ter zitting is gesteld, het dienstverband ingevolge het bepaalde in artikel 7:668 lid 4 en onder a BW met ingang van 1 november 2022 wordt geacht te zijn voortgezet voor de duur van zeven maanden, derhalve tot 1 juni 2023. De vordering van werkneemster dient aldus gelezen te worden dat betaling van het loon wordt gevorderd tot en met mei 2023. Naast een proceskostenveroordeling en toewijzing van wettelijke rente wordt de wettelijke verhoging vastgesteld op 38%.