Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 31 januari 2023
ECLI:NL:GHDHA:2023:49
Feiten
Werknemer 1 is op 7 maart 2011 bij Centra-Klima in dienst getreden en heeft zijn arbeidsovereenkomst op 22 juli 2019 opgezegd. Werknemer 2 op 1 januari 2009 in dienst getreden en heeft zijn arbeidsovereenkomst op 17 juli 2019 opgezegd. In de arbeidsovereenkomsten is een concurrentiebeding en boetebeding opgenomen. Centra-Klima heeft werknemer 2 na zijn opzegging bij e-mail van 23 oktober 2019 verzocht om de einddatum van de arbeidsovereenkomst uit te stellen tot 1 april 2020. In de e-mail is toegelicht dat het vertrek van beide werknemers enorme gevolgen heeft voor de onderneming, en overwogen werd dan ook om de onderneming, althans het contractenpakket te verkopen. Daar was echter tijd voor nodig. Verder is benoemd dat de potentiële nieuwe werkgever van werknemer 2 binnen de reikwijdte van het concurrentiebeding viel, maar dat als werknemer 2 kon meewerken aan een uitstel van zijn vertrek, Centra-Klima daarvan af wilde zien. Werknemer 2 is niet op het aanbod ingegaan. De arbeidsovereenkomst is geëindigd op 30 november 2019. Centra-Klima heeft aan werknemer 1 het voorstel gedaan tot overname van de onderneming. Werknemer 1 is niet op het aanbod ingegaan. Zijn arbeidsovereenkomst is op 20 december 2019 geëindigd. Beide werknemers zijn in dienst getreden bij installatiebedrijf Verwaal. Verder hebben ze samen op 6 maart 2020 een vof opgericht onder de naam DNR Klimaat Installatietechniek. Centra-Klima heeft bij brieven van 11 februari 2021 bij beide werknemers aanspraak gemaakt op betaling van € 351.000 aan verbeurde boetes. In eerste aanleg heeft Centra-Klima betaling gevorderd, hetgeen de rechtbank heeft afgewezen. Centra-Klima komt tegen het vonnis in hoger beroep.
Oordeel
Werknemers hebben aangevoerd dat de looptijd van de concurrentiebedingen aanvangt (direct) na de “beëindiging” van de arbeidsovereenkomst, wat volgens hen niet ziet op de op de actieve opzeggingshandelingen. De concurrentiebedingen eindigden in die visie op respectievelijk 22 januari 2021 en 17 januari 2021. Het hof volgt werknemers hierin niet. Bij een concurrentiebeding gaat het (uitsluitend) om een beding waarbij de werknemer wordt beperkt in zijn bevoegdheid om “na het einde van de overeenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn”. Dat is de aard van een concurrentiebeding en dit is – zo mag worden aangenomen – algemeen bekend. Van belang is verder dat het woord “beëindiging” in een concurrentiebeding in regulier taalgebruik gelijk wordt gesteld aan het “einde” van de arbeidsovereenkomst en niet geassocieerd wordt met de beëindigingshandeling. Hoewel de partijbedoeling anders kan zijn, is dat in deze zaak niet gebleken naar het oordeel van het hof. Werknemers hebben verder verzocht om matiging van de looptijd tot 22 resp. 17 januari 2021. Volgens werknemers is de looptijd onredelijk lang. Bovendien zouden werknemers nu gestraft worden voor het feit dat zij gehoor gaven aan de verzoeken van Centra-Klima om de einddatum na de opzeggingen uit te stellen. Het hof is van oordeel dat de gestelde belangen van werknemers om de concurrentiebedingen te beperken tot de genoemde data van meer gewicht zijn, tegenover het belang van Centra-Klima bij handhaving van de looptijd van 18 maanden vanaf het einde van de arbeidsovereenkomsten. Het beding zal worden vernietigd voor zover het concurrentiebeding voor werknemer 1 voortduurt na 22 januari 2021 en voor werknemer 2 na 17 januari 2021. Centra-Klima heeft onvoldoende onderbouwd welk belang is gediend met een langere termijn voor het concurrentiebeding. Aan het belang van Centra-Klima bij concurrentiebeperking doet verder af dat zij zich eerder bereid heeft getoond aan werknemer 2 om af te zien van het concurrentiebeding als hij langer in dienst zou blijven.
Verbeuren boetes
Met de oprichting van DNR in maart 2020 hebben werknemers het concurrentiebeding overtreden. Zij verbeuren om die reden ieder afzonderlijk een boete van € 10.000. Voor het overige dient te worden beoordeeld of de werkzaamheden hebben plaatsgevonden binnen de hiervoor gestelde (beperkte) periode en binnen een straal van 50 km. Verder is van een overtreding van het concurrentiebeding pas sprake als deze concreet komt vast te staan. Het enkel drijven van de onderneming van DNR is op zichzelf beschouwd geen overtreding. Voor werknemer 2 zijn twee overtredingen vast komen te staan, voor werknemer 1 één overtreding. Het hof ziet geen grond om de boetes van € 20.000 respectievelijk € 30.000 te matigen.