Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Infinitascare B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 13 maart 2023
ECLI:NL:RBROT:2023:2626
Werkgever veroordeeld tot betaling restant transitievergoeding en achterstallig salaris.

Feiten

Werkneemster is op 1 augustus 2021 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in de functie van ondersteunend begeleider in dienst getreden van Infinitascare B.V. Het laatstverdiende loon bedraagt € 2.005 bruto per maand, exclusief vakantiegeld en overige emolumenten. In maart 2022 heeft werkneemster zich als gevolg van een herseninfarct ziek gemeld. Op 3 augustus 2022 is de arbeidsovereenkomst van rechtswege geëindigd. Werkneemster verzoekt veroordeling van Infinitascare tot betaling van het resterende deel van de verschuldigde transitievergoeding ad € 209,04 bruto en achterstallig salaris.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Infinitascare heeft niet weersproken dat werkneemster recht heeft op de transitievergoeding en dat zij € 209,04 bruto te weinig aan transitievergoeding heeft betaald. Infinitascare zal daarom worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag. Infinitascare heeft ook niet weersproken dat zij werkneemster nog € 265,11 bruto ter zake van stamsalaris, € 3028,23 bruto ter zake van onregelmatigheidstoeslag, € 215,60 bruto ter zake van vakantiegeld, € 5778,43 bruto ter zake van vakantie-uren en € 206,72 netto ter zake van sneltesten en mondkapjes is verschuldigd. Deze bedragen zullen daarom ook worden toegewezen. De kantonrechter wijst de wettelijke verhoging over de (achterstallige) loonbetaling toe ter hoogte van in totaal € 10.563,99 bruto. Ook wordt de verzochte wettelijke rente toegewezen met dien verstande dat de wettelijke rente over de transitievergoeding wordt toegewezen vanaf 3 september 2022. Dit is een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd (art. 7:686a lid 1 BW).