Rechtspraak
Feiten
Op 18 augustus 2021 hebben partijen met elkaar een overeenkomst van opdracht gesloten, op basis waarvan X via zijn eigen bedrijf in opdracht van Star Apple Interim B.V. (hierna: Star Apple) in de periode van 3 september 2021 tot en met 31 december 2021 werkzaamheden als Front-end Developer heeft verricht voor bedrijf A in Amsterdam. In de algemene voorwaarden, behorende bij de opdrachtovereenkomst, is onder meer een relatiebeding inclusief boetebeding opgenomen. Tevens is opgenomen dat de toepasselijkheid van de Waadi is uitgesloten. Met ingang van 3 januari 2022 is X een overeenkomst met bedrijf A aangegaan, op basis waarvan hij vanaf deze datum dezelfde werkzaamheden is gaan verrichten als de werkzaamheden die hij in de periode van 3 september 2021 tot en met 31 december 2021 via Star Apple voor bedrijf A verrichtte. Volgens Star Apple handelt X in strijd met het relatiebeding in de overeenkomst en is hij op grond hiervan een direct opeisbare boete verschuldigd van € 20.000. X voert aan dat het beding in de overeenkomst nietig is wegens strijd met het belemmeringsverbod in artikel 9a Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi).
Oordeel
Arbeidsverhouding tussen Star Apple en X
De kantonrechter is, alle feiten en omstandigheden in aanmerking nemende, van oordeel dat de samenwerking tussen Star Apple en X kan worden aangemerkt als een arbeidsverhouding met als doel om X ter beschikking te stellen van de inlenende onderneming, bedrijf A. Gesteld noch gebleken is dat X - ondanks het feit dat hij werkzaam was als zzp’er op basis van een overeenkomst van opdracht - wezenlijk van een andere uitzendkracht van Star Apple te onderscheiden was. Ook is niet gesteld of gebleken dat de door X van Star Apple ontvangen vergoeding voor zijn werkzaamheden niet vergelijkbaar was met de vergoeding die andere werknemers van Star Apple ontvingen. Daarnaast weegt mee dat X onweersproken heeft gesteld dat hij in de periode ná 1 januari 2022 uitsluitend bij bedrijf A werkte en deze situatie identiek is aan de situatie van vóór 1 januari 2022, oftewel de periode waarin X door Star Apple ter beschikking van bedrijf A was gesteld. In zoverre kan ervan uit worden gegaan dat X in economische zin in de periode tot 1 januari 2022 (hoofdzakelijk) afhankelijk was van Star Apple.
Werkzaamheden onder leiding en toezicht van bedrijf A
De kantonrechter is, alle feiten en omstandigheden in aanmerking nemende, van oordeel dat de samenwerking tussen Star Apple en X kan worden aangemerkt als een arbeidsverhouding met als doel om X ter beschikking te stellen van de inlenende onderneming, bedrijf A. X heeft gemotiveerd toegelicht dat het inhoudelijke gezag feitelijk bij bedrijf A lag. Zo was X verplicht om persoonlijk de arbeid te verrichten en was hij gehouden 40 uur per week te werken. Daarnaast heeft X onweersproken gesteld dat hij op vaste, door bedrijf A aangegeven werktijden, op de locatie van bedrijf A werkte en dat er geen onderscheid werd gemaakt tussen X en de werknemers op dezelfde afdeling, die rechtstreeks in loondienst van bedrijf A waren. Ook heeft X onbetwist aangevoerd dat hij zich diende te houden aan de instructies en opdrachten van de leidinggevende van bedrijf A en dat hij niet vrij was om het werk uit te voeren zoals hem dat goeddunkte.
Toepasselijkheid artikel 9a Waadi
De kantonrechter oordeelt dat X onder het beschermingsbereik van de Waadi valt. X is na beëindiging van zijn overeenkomst met Star Apple rechtstreeks met bedrijf A een overeenkomst aangegaan, op basis waarvan X werkzaamheden voor bedrijf A is gaan verrichten per 3 januari 2022. Tussen partijen staat immers niet ter discussie dat X vanaf 3 januari 2022 zijn werkzaamheden bij bedrijf A op dezelfde wijze heeft voortgezet als in de daaraan voorafgaande periode met tussenkomst van Star Apple. Ook in die verhouding is sprake van het gedurende bepaalde tijd voor een ander en onder diens leiding leveren van prestaties in ruil voor een vergoeding. Het voorgaande betekent dan ook dat artikel 9a Waadi in dit geval van toepassing is. Naar het oordeel van de kantonrechter moet het relatiebeding worden aangemerkt als belemmering in de zin van artikel 9a Waadi.