Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 25 januari 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:176
Feiten
Werkgeefster stelt dat werknemer zich heimelijk en op onrechtmatige wijze toegang heeft verschaft tot het magazijn van werkgeefster en 716 wielen heeft ontvreemd. Dit heeft werkgeefster gebaseerd op de omstandigheid dat uit camerabeelden blijkt dat werknemer op 28 januari 2019 het magazijn in kwam, daar wat heen en weer liep, spullen pakte en het magazijn weer verliet met een doos waarin wielen zaten. Uit nader onderzoek is gebleken dat 716 wielen ontbraken uit het magazijn met een totale waarde van € 8.001,19. Uit de verklaring die werknemer tijdens het voorlopig getuigenverhoor heeft afgelegd, blijkt dat hij na het ontslag op staande voet van 8 februari 2018 nog regelmatig in het pand van werkgeefster is geweest zonder dat daartoe aanleiding was. Werkgeefster stelt dat het niet anders kan dan dat werknemer deze wielen heeft ontvreemd. Werknemer stelt daarentegen dat zijn arbeidsovereenkomst pas op 9 mei 2018 is geëindigd en dat er tot die datum geen sprake is geweest van heimelijke toegang tot het magazijn. Verder zou hij enkel op verzoek van – een medewerker van – werkgeefster wielen hebben meegenomen om deze af te leveren bij een klant.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat voldoende vaststaat dat werknemer op 28 januari 2019 in het magazijn van werkgeefster is geweest en het magazijn heeft verlaten met een doos in zijn handen. Ook is voldoende aannemelijk dat de camerabeelden waarop werknemer te zien is dateren van 28 januari 2019. Werknemer had bovendien geen deugdelijke reden om die dag in het magazijn te lopen met de doos in zijn handen, terwijl hij vanaf 8 februari 2018 al niet meer werd toegelaten tot zijn werkzaamheden en zijn dienstverband op 9 mei 2018 door middel van een vaststellingsovereenkomst is geëindigd. Werkgeefster heeft een verklaring ingebracht van een medewerker van werkgeefster waarin wordt verklaard dat hij op 29 januari 2019 heeft vastgesteld dat er goederen uit het magazijn ontbraken en dat een week later nog meer goederen ontbraken met een verkoopwaarde van in totaal € 8.001,19. Werkgeefster heeft verder gesteld dat er in het boekhoudsysteem een gesloten systeem is van de in- en uitgaande goederen en dat er desondanks goederen ontbraken. De kantonrechter acht het aannemelijk dat er na de voorraadtelling wielen uit het magazijn zijn weggenomen. Werknemer heeft geen goede reden gegeven voor het feit dat hij die dag in het magazijn van werkgeefster rondliep met een doos wielen in zijn handen en er na de voorraadtelling wielen uit het magazijn zijn verdwenen, zodat vaststaat dat werknemer de wielen heeft weggenomen. Er is echter onvoldoende bewijs dat werknemer ook de andere wielen die na de voorraadtelling ontbraken heeft weggenomen. Het is onbekend hoeveel wielen er in de betreffende doos zaten, zodat de kantonrechter ex artikel 6:97 BW de schade inschat op € 400. Tevens dient werknemer de kosten te vergoeden voor de camera die werkgeefster heeft moeten afschaffen. De vordering tot het verstrekken van bescheiden op grond van de vaststellingsovereenkomst worden afgewezen omdat onvoldoende is komen vast te staan dat werknemer in het bezit is geweest van documenten. Tot slot wordt de vordering van werkgeefster tot vergoeding van daadwerkelijke proceskosten afgewezen.