Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 22 februari 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:752
Feiten
Bpf MITT is een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds in de zin van de Pensioenwet en de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (hierna: Wet Bpf 2000). Eiser (hierna: LuxeTenten) verkoopt en assembleert verschillende soorten safaritenten/lodges. Zij doet dit over de hele wereld. LuxeTenten bestelt de onderdelen voor de verschillende safaritenten/lodges bij derden. De safaritenten/lodges worden verkocht en vervolgens ter plaatse door externen opgebouwd. LuxeTenten heeft 40 werknemers en werkt in het buitenland met externen. LuxeTenten heeft het pensioen van haar werknemers ondergebracht bij een verzekeraar. Op 18 mei 2020 heeft Bpf MITT aan LuxeTenten meegedeeld dat zij op basis van het door LuxeTenten ingevulde vragenformulier en/of openbare gegevens heeft besloten dat LuxeTenten onder de werkingssfeer van het Bpf MITT valt en daar met ingang van 1 januari 2015 verplicht bij aangesloten wordt. LuxeTenten vordert een verklaring voor recht dat LuxeTenten niet onder de verplichte werkingssfeer van Bpf MITT valt. Bpf MITT vordert in reconventie een verklaring voor recht dat LuxeTenten vanaf 1 januari 2015 onder de werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit tot deelneming in Bpf MITT valt, zodat zij vanaf die datum aan de nalevingsplicht van artikel 4 Wet BPF 2000 moet voldoen.
Oordeel
Cao-norm en hoofdzaakcriterium
Om de vraag of LuxeTenten verplicht is de pensioenvoorziening van haar werknemers onder te brengen bij Bpf MITT, moet het verplichtstellingsbesluit aan de hand van de cao-norm worden uitgelegd. Naar het oordeel van de kantonrechter is er geen sprake van een hoofdzaakcriterium in het verplichtstellingsbesluit. Het is (behalve bij de beoordeling van de vraag of een uitzondering van toepassing is) niet van belang wat de omvang is van de genoemde bedrijfsactiviteiten, hoeveel procent het textiel uitmaakt van de safaritenten/lodges of hoeveel procent winst daaruit wordt behaald. Het gaat erom of LuxeTenten activiteiten verricht die vallen onder de in het verplichtstellingsbesluit opgenomen omschrijving. De kantonrechter stelt vast dat partijen het eens zijn dat LuxeTenten niet valt onder de in het verplichtstellingsbesluit opgenomen definitie van de Tapijt- en Textielindustrie. Volgens de bewoordingen van het verplichtstellingsbesluit gaat het om de vraag of het canvas dat in de tenten van LuxeTenten zit, kan worden gezien als een textielstukgoed dat wordt vervaardigd of ver- of bewerkt tot een gebruiksvoorwerp.
Gebruiksvoorwerp, textielstukgoed en uitzondering
LuxeTenten heeft geen bezwaar gemaakt tegen de stelling dat een tent of een lodge een gebruiksvoorwerp is. Naar het oordeel van de kantonrechter kunnen de tenten/lodges dan ook worden aangemerkt als gebruiksvoorwerpen. Het begrip textielstukgoed dient ruim te worden uitgelegd. Naar het oordeel van de kantonrechter is er sprake van textielstukgoed, hoewel de binnencabines van canvas slechts een klein onderdeel van de luxere tenten vormen. Dit doet er niet toe, omdat in het verplichtstellingsbesluit geen hoofdzaakcriterium is opgenomen. De kantonrechter is van oordeel dat hetgeen LuxeTenten als onderneming doet, niet als het vervaardigen van een eindproduct kan worden aangemerkt. Zij bestelt de lodges in onderdelen en verkoopt ze vervolgens als pakket (waaruit de lodge later wordt opgebouwd). Dit leidt de kantonrechter met name af uit de stelling van LuxeTenten dat de kern van haar werkzaamheden is de verkoop en levering van lodges, waarvan zij de onderdelen elders laat maken. LuxeTenten valt om die reden niet onder de uitzondering. Of LuxeTenten aan de overige vereisten voor de uitzondering voldoet, kan daarom naar het oordeel van de kantonrechter in het midden blijven.
Is het verplichtstellingsbesluit onduidelijk?
De kantonrechter overweegt dat, hoewel niet zonder meer direct duidelijk is dat een bedrijf als LuxeTenten in de categorie Mode- en interieurindustrie valt, dit op zichzelf onvoldoende is voor de conclusie dat dit niet zo is. De omstandigheid dat het besluit geen hoofdzaakcriterium hanteert evenmin. Weliswaar maakt dit het toepassingsbereik zeer ruim, is er discussie over onder de sociale partners en is het relatief ongebruikelijk (slechts bij 4 van de 40 verplichtstellingsbesluiten is dit zo), maar dat is kennelijk toch een keuze die in ieder geval op dit moment nog steeds wordt gehandhaafd. Dat maakt het besluit niet onduidelijk. De conclusie is dat LuxeTenten met ingang van 1 januari 2015 als geheel onder het verplichtstellingsbesluit van Bpf MITT valt.