Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 2 mei 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:3689
Feiten
Werknemer is op 1 november 2019 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van zeven maanden voor 32 uur per week in dienst getreden bij MaPa B.V. (hierna: MaPa). MaPa heeft werknemer bij brief van 25 januari 2020 per direct op non-actief gesteld met behoud van loon, omdat hij onacceptabel gedrag heeft vertoond tegen zijn leidinggevenden, zijn collega’s en de bestuurder van MaPa. Vervolgens heeft MaPa bij brief van 20 april 2020 aan werknemer aangezegd dat zijn arbeidsovereenkomst niet zal worden verlengd. De arbeidsovereenkomst is op 1 juni 2020 van rechtswege geëindigd. Werknemer heeft bij de kantonrechter vorderingen ingesteld tegen MaPa, MaPa Logistics B.V. en de bestuurder (thans geïntimeerde). De kantonrechter heeft de vorderingen tegen MaPa afgewezen. MaPa is namelijk ontbonden en is opgehouden te bestaan, omdat geen bekende baten meer aanwezig zijn (art. 2:19 lid 4 BW). De kantonrechter heeft ook de vorderingen tegen MaPa Logistics B.V. afgewezen. Naar het oordeel van de kantonrechter is geen sprake van een overgang van onderneming (art. 7:662 BW) op grond waarvan MaPa Logistics B.V. gehouden zou zijn de loonvordering te voldoen. De kantonrechter heeft de vorderingen tegen de (voormalig) bestuurder toegewezen. Volgens de kantonrechter heeft de voormalig bestuurder van MaPa onrechtmatig gehandeld tegenover werknemer. In hoger beroep vordert werknemer dat de voormalig bestuurder alsnog wordt veroordeeld om aan hem ook een bedrag aan schadevergoeding voor gewerkte overuren en niet uitbetaalde toeslagen (over die overuren) te voldoen.
Oordeel
Het onrechtmatig handelen van de voormalig bestuurder, die in hoger beroep niet is verschenen, staat naar het oordeel van het hof ook in hoger beroep vast. Aan de veroordeling in eerste aanleg ligt ten grondslag dat de voormalig bestuurder van MaPa onrechtmatig heeft gehandeld tegenover werknemer door over te gaan tot een turboliquidatie van MaPa (art. 2:19 lid 4 BW). Volgens de kantonrechter heeft ten onrechte geen vereffening van MaPa plaatsgevonden, terwijl de bestuurder wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat MaPa door de turboliquidatie haar verplichtingen tegenover werknemer niet kon nakomen. Het hof stelt voorop dat werknemer op grond van de cao Beroepsgoederenvervoer recht heeft op een vergoeding voor door hem gemaakte overuren en op toeslagen. Het hof is van oordeel dat werknemer voldoende heeft onderbouwd dat hij in de periode voorafgaand aan zijn op non-actiefstelling overuren heeft gemaakt. Het hof wijst het door werknemer gevorderde bedrag aan schadevergoeding voor de gewerkte overuren en toeslagen toe. Over de periode dat werknemer op non-actief was gesteld heeft hij – onder verwijzing naar artikel 7:610b BW – naar het oordeel van het hof in beginsel recht op betaling van het gemiddelde aantal overuren die hij in de periode daarvoor heeft gewerkt. De wettelijke verhoging wordt gematigd tot twintig procent.