Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 26 mei 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:4930
Feiten
Werkneemster is op 21 maart 2011 bij I-SEC Nederland B.V. (hierna: I-SEC) in dienst getreden en is laatstelijk werkzaam in de functie van luchthavenbeveiliger/agent. Op 30 april 2022 is werkneemster uitgevallen voor haar werkzaamheden en sindsdien is zij arbeidsongeschikt. In december 2022 heeft de bedrijfsarts geadviseerd dat werkneemster belastbaar is voor 4x6 uur per week werken in haar eigen aangepaste functie. Op 31 januari 2023 heeft de bedrijfsarts partijen geadviseerd met elkaar in gesprek te gaan om de arbeidsverhoudingen te normaliseren. Per 23 januari 2023 heeft I-SEC de loonbetaling van werkneemster gestopt, omdat werkneemster onvoldoende meewerkt aan haar re-integratieverplichtingen. Op 6 februari 2023 heeft het UWV geconcludeerd dat werkneemster (toch) niet belastbaar is voor 4x6 uur per week werken in haar eigen aangepaste werk. Vanaf 7 februari 2023 heeft I-SEC werkneemster meermaals tevergeefs geprobeerd te bereiken. In het door I-SEC aangevraagde deskundigenoordeel van het UWV van 27 februari 2023 wordt geconcludeerd dat de re-integratie-inspanningen van werkneemster onvoldoende zijn. Werkneemster vordert veroordeling van I-SEC tot doorbetaling van loon tijdens ziekte vanaf 1 februari 2023. Werkneemster legt aan haar vordering ten grondslag dat de opgelegde loonstop onterecht is, nu het UWV heeft geoordeeld dat de aangeboden werkzaamheden niet passend zijn, waardoor werkneemster dus wel aan haar re-integratieverplichtingen voldoet.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De loonstop is aanvankelijk door I-SEC opgelegd omdat werkneemster na een gesprek van 23 januari 2023 de aangeboden arbeid voor 4x6 uur per week niet had hervat, terwijl zij daar volgens bedrijfsarts en UWV wel toe in staat was. Op of omstreeks 6 februari 2023 heeft het UWV geoordeeld dat werkneemster (toch) niet belastbaar was voor 4x6 uur per week. Daarmee staat vast dat zij op 24 januari 2023 een deugdelijke grond had om de op 23 januari 2023 aangeboden arbeid te weigeren. De bedrijfsarts adviseerde echter niet alleen werkhervatting, maar óók (en vooral éérst) het voeren van een gesprek om de arbeidsverhoudingen te normaliseren. Werkneemster gaf echter geen gehoor aan verzoeken om te laten weten wanneer zij beschikbaar was en ging (op twee korte telefoongesprekken na) vrijwel ieder contact met I-SEC uit de weg. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat werkneemster op dit punt tekort is geschoten in de nakoming van haar re-integratieverplichtingen. Het is de kantonrechter niet gebleken dat een deugdelijke grond voor deze opstelling bestond. De loonstop was op grond van het voorgaande deels terecht en deels onterecht. De loonstop is onterecht over de periode van 1 tot 20 februari 2023. Vanaf 20 februari 2023 ligt dat anders, nu werkneemster vanaf begin februari zonder deugdelijke grond tekortschoot in de (andere) re-integratieverplichting om het geadviseerde gesprek met I-SEC aan te gaan. I-SEC heeft echter pas op 20 februari 2023 aan werkneemster duidelijk gemaakt dat, zolang zij niet aan die re-integratieverplichting voldeed, de loonstop gehandhaafd bleef. Daardoor is pas op 20 februari 2023 voldaan aan de mededelingsplicht van artikel 7:629 lid 7 BW, waardoor de loonstop ook pas vanaf die datum effect kan sorteren. De loonvordering wordt toegewezen over de periode van 1 tot 20 februari 2023, hetgeen neerkomt op een bedrag van € 2.032,70.