Rechtspraak
Feiten
Voor een uitgebreid overzicht van de feiten in deze zaak wordt verwezen naar AR 2022-0509. Kort samengevat gaat de zaak in de kern om het feit dat aan werkneemster van FNV een leaseauto was verstrekt. FNV stelt dat werkneemster geen recht meer heeft op een leaseauto omdat zij niet (langer) voldoet aan de toewijzingscriteria. Werkneemster is hierover een procedure bij de rechtbank gestart. De rechtbank heeft de vorderingen van werkneemster afgewezen. Werkneemster heeft hoger beroep ingesteld. Het hof heeft een tussenarrest gewezen waarna partijen op elkaars stellingen mochten reageren.
Oordeel
In het tussenarrest is geoordeeld dat werkneemster niet op grond van artikel 9 WCAO is gebonden aan de Autoregeling 2016 als zelfstandige cao of als onderdeel van de Cao 2015-2016. FNV heeft zich echter ook beroepen op de autoregelingen die als Bijlage XI deel uitmaken van de Cao FNV 2017-2019 en de Cao FNV 2019-2021 en aangevoerd dat deze cao’s zijn aangemeld in de zin van artikel 4 WLV. De vraag is of deze autoregelingen, ervan uitgaande dat werkneemster daaraan is gebonden, afbreuk doen aan het recht van werkneemster op een leaseauto op grond van artikel 5 lid 11 van de FR 2014. Het hof beantwoordt deze vraag bevestigend. Aan de hand van de cao-norm komt het hof tot het oordeel dat de tekst van de Autoregeling 2016 vrijwel gelijk is aan die van de Bijlage XI van de cao’s. Gelet op de tekst van voornoemde regelingen is een eventuele eerdere aanspraak van werkneemster op een leaseauto met ingang van 19 februari 2019 vervallen door toepassing van de afbouwregeling van de autoregeling van Bijlage XI van de Cao FNV 2017-2019, echter alleen indien werkneemster daaraan op grond van artikel 9 WCAO is gebonden. Dit laatste wordt door werkneemster betwist. Het geschil spitst zich in dat kader toe op de vraag of aan werknemerszijde sprake is van een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid in de zin van artikel 1 WCAO. Naar het oordeel van het hof is FNV aan werknemerszijde de cao-sluitende partij, waarbij zij is vertegenwoordigd door FNV Personeel. In de preambule van de Cao FNV 2017-2019 worden immers als cao-sluitende partijen aangemerkt “werkgeversvereniging FNV-organisaties” enerzijds en “FNV (vertegenwoordigd door FNV personeel)” anderzijds. Dit vindt bevestiging in artikel 1 aanhef en onder a van deze cao. Verder is er geen steun voor de stelling van werkneemster dat FNV Personeel als los van FNV staande entiteit cao-partij is. Aldus is er sprake van een vereniging van werknemers met volledige rechtsbevoegdheid als cao-sluitende partij. Het hof verwerpt de stelling van werkneemster dat deze constructie zich niet verdraagt met de materiële eis van artikel 1 WCAO dat sprake is van een onafhankelijke werknemersvereniging als cao-sluitende partij. Artikel 1 WCAO kent geen omschrijving van de eisen waaraan een vakorganisatie moet voldoen, anders dan dat deze volledige rechtsbevoegdheid heeft. Aan deze eis is als gezegd voldaan. In artikel 2 WCAO is bepaald dat de bevoegdheid van de vakorganisatie om cao’s te sluiten uit haar statuten moet blijken. Ook aan deze eis is voldaan. Andere relevante eisen aan de hoedanigheid van de vakorganisatie kent de WCAO niet. Uit het voorgaande volgt dat werkneemster op grond van artikel 9 WCAO is gebonden aan de autoregeling van Bijlage XI van de Cao FNV 2017-2019. De vraag is dan welke gevolgen dit voor haar aanspraken heeft. Als werkneemster op 19 februari 2019 nog aanspraak had op een leaseauto dan vervalt deze aanspraak binnen één jaar, dan wel aan het einde van de leasetermijn als deze voortduurt na die datum. Als werkneemster op die datum al geen aanspraak meer had op een leaseauto, dan heeft de afbouwregeling in bedoelde Bijlage XI geen effect. FNV betoogt dat het laatste het geval is op basis van het verenigingsrecht, een incorporatiebeding, een eenzijdige wijzigingsbevoegdheid en de eisen van het goed werknemerschap (art. 7:611 BW). Het hof volgt de stelling van het FNV niet. Dit heeft tot gevolg dat werkneemster niet gehouden was de leaseauto per 31 december 2017 bij FNV in te leveren, zoals dat is gebeurd. De oorspronkelijke aanspraken van werkneemster op een leaseauto zijn met ingang van 19 februari 2019 vervallen door toepassing van de afbouwregeling van de autoregeling van Bijlage XI van de CAO FNV 2017-2019. Daaruit volgt weer dat het recht van werkneemster op een leaseauto zou eindigen binnen één jaar na 19 februari 2019. Kortom, werkneemster is ten onrechte door FNV het recht op een leaseauto ontzegd over de periode van 1 januari 2018 tot 19 februari 2020. In die zin schoot FNV toerekenbaar tekort in de nakoming van de arbeidsovereenkomst en is zij op die grond gehouden tot schadevergoeding aan werkneemster.