Naar boven ↑

Rechtspraak

Antes Zorg B.V./werknemer
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 22 mei 2023
ECLI:NL:RBROT:2023:4865
Ontbinding arbeidsovereenkomst persoonlijk begeleider op grond van artikel 7:669 lid 3 sub e BW. Werknemer heeft geld afgenomen van demente cliƫnt. Ernstig verwijtbaar handelen; geen recht op transitievergoeding.

Feiten

Werknemer is sinds 1 november 2019 in dienst bij Antes Zorg B.V. (hierna: Antes). Antes, onderdeel van de Parnassia Groep, is een GGZ-instelling die gespecialiseerd is in psychiatrie en verslaving en zich richt op het herstel van volwassenen en ouderen met (ernstige) psychiatrische aandoeningen. Werknemer is werkzaam op de afdeling intramurale begeleiding-beschermde woonvorm. De werkzaamheden bestaan uit het begeleiden van patiënten conform een begeleidingsplan. Werknemer is de persoonlijk begeleider van een cliënt met dementie wiens financiën worden beheerd door een beschermingsbewindvoerder. Nadat werknemer in een maand driemaal de bewindvoerder om geld voor zijn cliënt heeft gevraagd, is werknemer door zijn leidinggevenden uitgenodigd voor een gesprek. In het gespreksverslag is opgenomen dat is gebleken dat werknemer niet weet waar een totaalbedrag van € 3.720 aan is uitgegeven. Werknemer is geschorst. Per brief van 23 februari 2023 heeft Antes werknemer bericht dat de schorsing wordt verlengd tot 2 maart 2023 en dat hij op 2 maart 2023 om 9.00 uur op werd verwacht om de uitkomst van het onderzoek te bespreken. Werknemer is niet verschenen. Op 3 maart 2023 is werknemer bericht dat zijn salaris met onmiddellijke ingang is stopgezet en dat een verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst zal worden ingediend.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Ter zitting heeft werknemer kenbaar gemaakt geen bezwaar te hebben tegen de ontbinding van de arbeidsovereenkomst als zodanig (vanwege een verstoorde arbeidsverhouding), maar volgens werknemer is van ernstig verwijtbaar handelen geen sprake. Naar het oordeel van de kantonrechter is er een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub e BW. Werknemer heeft er geen zorg voor gedragen dat de voorgestelde (en door de bewindvoerder goedgekeurde) aankopen ook daadwerkelijk zouden worden gedaan. Ook als niet zou komen vast te staan dat werknemer het gepinde geld van de cliënt voor eigen doeleinden heeft aangewend, is zijn handelwijze zoals hiervoor omschreven naar het oordeel van de kantonrechter verwijtbaar. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Naar het oordeel van de kantonrechter is in dit geval sprake van ernstig verwijtbaar handelen door werknemer. Door het handelen van werknemer is een kwetsbare, afhankelijke cliënt van Antes een groot geldbedrag kwijtgeraakt, hetgeen werknemer ernstig te verwijten valt. Werknemer was zich bewust van of had zich in ieder geval bewust móeten zijn van het onoorbare karakter van zijn handelen. Werknemer heeft geen recht op een transitievergoeding.