Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Middelburg), 7 juni 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:4092
Loonvordering afgewezen. Werkneemster was niet voor het bereiken van de 104-weken ziekte weer geheel arbeidsgeschikt.

Feiten

Werkneemster is op 1 juli 2016 in dienst getreden bij een huisartsenpraktijk in de functie van doktersassistente. Op 14 december 2018 heeft werkneemster zich ziek gemeld. Op 10 september 2020 heeft werkneemster een WIA-aanvraag ingediend. Deze aanvraag is door het UWV afgewezen, omdat werkneemster meer dan 65% kon verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd. Op 24 december 2020 heeft het UWV de aanvraag van een WW-uitkering van werkneemster toegewezen. Per 1 maart 2021 heeft het UWV de WW-uitkering alsnog afgewezen, omdat het loon van werkneemster volledig wordt doorbetaald door haar werkgever. In oktober 2021 heeft werkneemster zich bij haar werkgever ongeschikt gemeld voor arbeid. Per 1 september 2022 wordt de huisartspraktijk overgedragen op Avian. Vanaf 1 augustus 2022 heeft werkneemster geen loon meer van haar werkgever ontvangen. Werkneemster vordert onder meer achterstallig loon van zowel de huisartsenpraktijk als Avian, nu het onduidelijk is wie haar opvolgend werkgever is. De huisartsenpraktijk stelt dat werkneemster na haar ziekmelding op 14 december 2018 is gestart met re-integratiewerkzaamheden. Avian betwist dat werkneemster in november 2020 volledig hersteld was en haar bedongen arbeid verrichtte. Werkneemster verrichtte haar werk in aangepaste vorm en niet in volle omvang. Na het verstrijken van de periode van 104 weken ziekte, hebben partijen de re-integratie in het eerste spoor voortgezet overeenkomstig de verplichting voor de werkgever ex artikel 7:658a BW. Uit coulance heeft Avian de betaling van het volledige loon voortgezet. Vanaf augustus 2022 is er geen loon meer betaald, omdat gebleken was dat Avian hiertoe niet meer verplicht was.

Oordeel

Opvolgend werkgever?

Avian kan worden aangemerkt als de werkgever van werkneemster. Dit blijkt onder meer uit de door de huisartsenpraktijk overgelegde overeenkomst van praktijkoverdracht, waarin is opgenomen dat Avian de praktijk overneemt. Verder staat Avian ook vermeld op de loonstroken van andere medewerkers die voorheen bij de huisartsenpraktijk werkzaam waren. Dit maakt dat werkneemster in haar vordering tegen Avian ontvankelijk is en dat zij in haar vordering tegen de huisartsenpraktijk niet-ontvankelijk is.

(Nieuw) bedongen arbeid?

De vraag die vervolgens dient te worden beantwoord is of werkneemster– zoals zij stelt – succesvol is gere-integreerd en in november 2020 weer volledig de bedongen arbeid verrichtte. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet het geval is. Uit verschillende stukken blijkt dat werkneemster niet in november 2020 weer volledig de bedongen arbeid verrichtte en dat de eerste verzuimdag 14 december 2018 betreft. Voorts heeft werkneemster op 23 december 2020 een WW-uitkering aangevraagd. Indien zij van mening was dat zij niet meer arbeidsongeschikt was, was er ook geen aanleiding om deze uitkering aan te vragen. Er is aldus niet komen vast te staan dat werkneemster in november 2020 weer volledig arbeidsgeschikt was, zodat zij na de periode van 104 weken ziekte werkzaamheden is blijven verrichten bij de werkgever maar niet voor de bedongen arbeid. Deze werkzaamheden werden verricht in het kader van re-integratie. Avian was dan ook niet meer gehouden om na oktober 2021 loon te betalen aan werkneemster.