Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Middelburg), 28 juni 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:4555
Feiten
N-Sea Services B.V (hierna: N-Sea) verleent offshore diensten aan bedrijven. Werknemer is op 2 januari 2013 in dienst getreden bij N-Sea en was laatstelijk werkzaam in de functie van ROV Supervisor op de werkplaats te Zierikzee of offshore. Op 27 april 2021 heeft werknemer zich ziek gemeld. Sindsdien is hij arbeidsongeschikt als gevolg van ziekte. Per 1 april 2021 heeft N-Sea het “Employee Handbook for Offshore and ROV Crew, employed by N-Sea Services B.V.” vastgesteld, welke versie in november 2021 is gewijzigd. Partijen verschillen van opvatting over de hoogte van het loon waarop werknemer recht heeft tijdens zijn arbeidsongeschiktheid als gevolg van ziekte sinds 27 april 2021. In conventie vordert werknemer onder meer een salaris van € 5.774,07 per vier weken vanaf periode 5 van 2023, achterstallig salaris en achterstallige vakantiebijslag. N-Sea betwist de vorderingen en vordert in voorwaardelijke reconventie een bedrag aan te veel betaald loon.
Oordeel
Partijen zijn het erover eens dat voor de berekening van de hoogte van het loon tijdens arbeidsongeschiktheid als gevolg van ziekte een referteperiode geldt van 13 weken onmiddellijk voor het begin van de arbeidsongeschiktheid. Ook gaan partijen uit van een recht op loon op basis van 100% van de grondslag gedurende de eerste 52 weken en 70% van die grondslag gedurende de volgende 52 weken. Omdat werknemer arbeidsongeschikt is vanaf 27 april 2021 is de referteperiode het tijdvak van 26 januari tot en met 26 april 2021. Partijen hebben wisselende standpunten ingenomen over de vraag welk loon (inclusief offshore dagvergoeding) werknemer over dit tijdvak van 13 weken heeft ontvangen. Voor de beantwoording van de vraag wat de juiste wijze is van de berekening van de grondslag wordt verwezen naar de arbeidsovereenkomst van 28 november 2012: “Bij ziekte of arbeidsongeschiktheid van werknemer betaalt werkgever de eerste 52 weken 100% van het voor werknemer geldende brutosalaris door en gedurende de daaropvolgende 52 weken 70% daarvan”. Ook staat in deze arbeidsovereenkomst dat wijzigingen van en/of aanvullingen op de arbeidsovereenkomst slechts geldig zijn indien deze zijn vastgelegd in een door de werkgever en werknemer ondertekend document. N-Sea voert aan dat al in 2017 de Algemene Arbeidsvoorwaarden (AVV) en het huishoudelijk reglement zijn samengevoegd en vervangen door één handboek. Dat handboek uit 2017 is echter niet van toepassing op ROV-personeel. N-Sea beroept zich niet op een schriftelijk beding dat haar de bevoegdheid geeft een in de arbeidsovereenkomst voorkomende arbeidsvoorwaarde te wijzigen als bedoeld in artikel 7:613 BW. Het komt er dus op aan of werknemer heeft ingestemd met een voorstel van N-Sea tot aanpassing van de arbeidsovereenkomst dan wel dat hij, als goed werknemer, positief had behoren in te gaan op redelijke voorstellen van N-Sea in verband met gewijzigde omstandigheden op het werk. Werknemer aanvaardt niet de toepasselijkheid van het handboek van november 2021 op zijn arbeidsvoorwaarden. Anders dan N-Sea aanvoert, volgt uit de omstandigheid dat werknemer geen bezwaar heeft gemaakt tegen dat handboek niet dat hij daarmee stilzwijgend heeft ingestemd. Het handboek van november 2021 is daarom niet van belang voor de berekening van het loon waarop werknemer recht heeft vanaf 27 april 2021. De kantonrechter oordeelt dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is dat werknemer N-Sea houdt aan de met het handboek van april 2021 overeengekomen berekening van het loon bij arbeidsongeschiktheid. De vorderingen met betrekking tot het salaris per periode van vier weken en de betaling van achterstallig salaris worden toegewezen. De vordering met betrekking tot betaling van de achterstallige vakantiebijslag wordt afgewezen, omdat naar het oordeel van de kantonrechter werknemer zowel in de periode voor de wijziging van de arbeidsvoorwaarden met het handboek van april 2021 als daarna volgens de toepasselijke arbeidsvoorwaarden geen recht had op vakantiebijslag over de offshore dagvergoeding.