Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/ werkgever
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 22 juni 2023
ECLI:NL:RBOVE:2023:2425
Hoe vervelend de aangevoerde financiële onmacht voor werkgeefster ook is, zij kan de financiële problemen niet aan werkneemster tegenwerpen. Financiële onmacht ontheft werkgeefster niet van haar betalingsverplichting.

Feiten

Werkneemster is op 1 mei 2021 in dienst getreden bij werkgevers. De activiteiten van deze horecazaak zijn inmiddels gestaakt en de onderneming is op 17 januari 2023 opgeheven en uitgeschreven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Op 30 januari 2023 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten ter beëindiging van het dienstverband. In de vaststellingsovereenkomst is overeengekomen dat het dienstverband met ingang van 1 maart 2023 eindigt en dat werkneemster recht heeft op een transitievergoeding van € 699. Werkneemster vordert nakoming van de vaststellingsovereenkomst. Verder vordert zij onder andere betaling van achterstallig loon en vakantietoeslag. Werkgevers hebben de vordering erkend, maar zij betwisten wel dat zij de wettelijke verhoging aan werkneemster moet betalen.

Oordeel

Werkgevers hebben aangevoerd dat zij de afspraken uit de vaststellingsovereenkomst niet kunnen nakomen vanwege het ontbreken van financiële middelen. Hoe vervelend de door werkgevers aangevoerde financiële onmacht voor hun ook is, zij kunnen de financiële problemen niet aan werkneemster tegenwerpen. Financiële onmacht ontheft werkgevers niet van de betalingsverplichting. Partijen hebben met elkaar een vaststellingsovereenkomst gesloten en die moet worden nagekomen. In de gegeven omstandigheden bestaat er geen aanleiding voor toewijzing van de gevorderde wettelijke verhoging. Daarbij acht de kantonrechter van belang dat werkgevers hebben toegelicht dat zij de bedrijfsactiviteiten hebben moeten stoppen vanwege bedrijfseconomische redenen en dat niet aannemelijk is dat sprake is van kwaad opzet bij het tekortschieten in de loonbetalingsverplichting. Onder deze omstandigheden matigt de kantonrechter de wettelijke verhoging tot nihil.