Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgever/werknemer
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 30 mei 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:1227
Uitleg bonusregeling. Eindbeschikking nadat het hof werkgever in de tussenbeschikking heeft toegelaten tot het leveren van bewijs. (Lichte) inconsistentie tussen verklaringen van getuigen, zodat het hof van oordeel is dat werknemer de juiste uitleg van de bonusregeling geeft.

Feiten

In een tussenbeschikking heeft het hof werkgever in de gelegenheid gesteld om bewijs te leveren dat hij werknemer tijdens diens sollicitatiegesprek heeft uitgelegd hoe zijn bonussysteem (in zijn optiek) werkt. Het bonussysteem houdt volgens werkgever in dat op het volgens het booklet en het componentenschema berekende bonusbedrag het basissalaris in mindering dient te worden gebracht, of anders gezegd: dat de bonusbedragen slechts worden uitgekeerd voor zover deze het basissalaris overtreffen. Er zijn getuigen gehoord.

Oordeel

Het hof is van oordeel dat werkgever niet is geslaagd in het hem opgedragen bewijs, aangezien de twee getuigen in duidelijke bewoordingen hebben verklaard dat aan werknemer tijdens het sollicitatiegesprek is verteld dat hij een aantal sales zou moeten verrichten, voordat hij een bonus zou verdienen. Aan de duidelijkheid van de aan werkgever gegeven uitleg wordt, naar het oordeel van het hof, echter afgedaan door het volgende. De twee getuigen hebben (licht) inconsistent verklaard en werkgever heeft daarvoor geen verklaring gegeven. De ene getuige verklaart dat zij wezenlijke informatie over de bonusregeling aan werknemer heeft uitgelegd, maar in haar nadere verklaring verklaart zij dat de andere getuige vooral het woord deed. Het hof is daarmee van oordeel dat op werknemer de bonusregeling van toepassing is op de wijze zoals door werknemer uitgelegd.