Rechtspraak
Feiten
In een tussenbeschikking heeft het hof werkgever in de gelegenheid gesteld om bewijs te leveren dat hij werknemer tijdens diens sollicitatiegesprek heeft uitgelegd hoe zijn bonussysteem (in zijn optiek) werkt. Het bonussysteem houdt volgens werkgever in dat op het volgens het booklet en het componentenschema berekende bonusbedrag het basissalaris in mindering dient te worden gebracht, of anders gezegd: dat de bonusbedragen slechts worden uitgekeerd voor zover deze het basissalaris overtreffen. Er zijn getuigen gehoord.
Oordeel
Het hof is van oordeel dat werkgever niet is geslaagd in het hem opgedragen bewijs, aangezien de twee getuigen in duidelijke bewoordingen hebben verklaard dat aan werknemer tijdens het sollicitatiegesprek is verteld dat hij een aantal sales zou moeten verrichten, voordat hij een bonus zou verdienen. Aan de duidelijkheid van de aan werkgever gegeven uitleg wordt, naar het oordeel van het hof, echter afgedaan door het volgende. De twee getuigen hebben (licht) inconsistent verklaard en werkgever heeft daarvoor geen verklaring gegeven. De ene getuige verklaart dat zij wezenlijke informatie over de bonusregeling aan werknemer heeft uitgelegd, maar in haar nadere verklaring verklaart zij dat de andere getuige vooral het woord deed. Het hof is daarmee van oordeel dat op werknemer de bonusregeling van toepassing is op de wijze zoals door werknemer uitgelegd.