Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 13 juni 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:6697
Feiten
Werknemer heeft de Iraanse nationaliteit en een Frans paspoort. Op 5 februari 2018 is werknemer in dienst getreden bij Profoto. De vakantieaanvragen van werknemer voor de perioden 12 tot en met 18 december 2022 en 16 tot en met 27 januari 2023 zijn goedgekeurd door zijn manager. Op 11 december 2022 heeft werknemer zich ziekgemeld en verzocht om zijn vrije dagen om te zetten naar ziektedagen. De volgende dag is werknemer naar Iran gegaan. Op 14 december 2022 heeft werknemer aan zijn manager laten weten dat hij zich beter voelde. De manager heeft verzocht om de camera die werknemer in bruikleen had, terug te brengen, zodra werknemer beter was. Werknemer heeft daarop laten weten dat hij de camera heeft meegenomen naar Iran om vanuit daar op afstand te werken. De manager heeft werknemer erop gewezen dat hij zonder toestemming geen apparatuur mee mag nemen op vakantie. Op 15 december 2022 heeft werknemer zich beter gemeld. Op 16 december 2022 heeft werknemer zijn manager bericht dat hij de camera niet veilig kan versturen vanuit Iran. Werknemer heeft op 22 december 2022 een schriftelijke waarschuwing gekregen. Op 4 januari 2023 heeft werknemer zich wederom ziekgemeld. Profoto heeft werknemer in deze periode herhaaldelijk verzocht om naar Nederland terug te keren. Ook heeft Profoto verzocht om bewijsstukken van zijn arbeidsongeschiktheid. Uiteindelijk heeft Profoto op 24 januari 2023 het loon van werknemer opgeschort bij afwezigheid van bewijs van zijn arbeidsongeschiktheid en een verklaring dat werknemer niet naar huis kon vliegen. Ook is werknemer uitgenodigd voor een gesprek op 30 januari 2023. Werknemer is niet op dit gesprek verschenen. Profoto heeft werknemer uiteindelijk op staande voet ontslagen. Werknemer verzoekt vernietiging van het gegeven ontslag op staande voet. Profoto verzoekt om een voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
Oordeel
De kantonrechter is van oordeel dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven. Van een dringende reden is geen sprake. De kantonrechter meent dat werknemer zich niet als goed werknemer heeft gedragen. Hij is onzorgvuldig omgegaan met het gezag van Profoto. Werknemer is onzorgvuldig omgesprongen met de vrijheden die hij van Profoto in vorige jaren heeft gekregen. Zijn gedrag is onbehoorlijk en onfatsoenlijk, maar niet dermate ernstig dat de aan het ontslag ten grondslag gelegde redenen (ieder voor zich en in onderlinge samenhang) een dringende reden voor een ontslag op staande voet opleveren. Het ontslag op staande voet wordt dan ook vernietigd. Ten aanzien van de verzochte voorwaardelijke ontbinding is de kantonrechter van oordeel dat de gedragingen van werknemer als verwijtbaar in de zin van artikel 7:669 lid 3 sub e BW zijn aan te merken. Van werknemer had, als redelijk handelend werknemer, mogen worden verwacht dat hij voordat hij naar Iran vertrok (ten minste) aan Profoto zou hebben gemeld dat hij (i) in de periode tussen zijn goedgekeurde vakanties op afstand vanuit Iran zou werken, (ii) de camera had meegenomen naar Iran, (iii) tijdrovende tandheelkundige behandelingen zou ondergaan in de periode dat hij vanuit Iran op afstand zou werken en (iv) mogelijk later dan 30 januari 2023 weer terug zou kunnen zijn op het kantoor van Profoto. Door hierover niet op een fatsoenlijke manier met Profoto te communiceren, heeft hij het naar het oordeel van de kantonrechter zelf in de hand gewerkt dat Profoto vervolgens twijfelde aan de intenties van werknemer met betrekking tot het niet opvolgen van de instructies van Profoto, de door werknemer gestelde arbeidsongeschiktheid en de onmogelijkheid om eerder terug te komen naar Nederland. Al werknemers gedragingen tezamen, die hiervoor onder de zaak van het verzoek reeds uitvoerig zijn besproken, maken dat sprake is van verwijtbaar handelen. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op de e-grond.