Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 3 mei 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:2043
Feiten
Werkneemster werkte als coronatestmedewerkster op oproepbasis voor werkgever op twee testlocaties. Haar arbeidsovereenkomst begon op 20 september 2021 en is stilzwijgend verlengd. Werkneemster heeft de overeenkomst op 26 april 2022 opgezegd per 1 mei 2022. In de periode dat werkneemster voor werkgever werkzaamheden verrichtte, is zij een aantal keer ziek geweest, onder andere omdat zij corona had. Hierdoor kon zij niet werken. Zij heeft geen loon ontvangen over de dagen dat zij ziek was. Daarom vordert werkneemster in deze procedure betaling van het loon tijdens ziekte van in totaal € 1.390. Daarnaast vordert zij betaling van het loon over april 2022. In april 2022 is zij ziek geweest en zij is daarna een aantal dagen niet opgeroepen, terwijl zij wel beschikbaar was om te werken. Tot slot vordert werkneemster betaling van de door haar gemaakte reiskosten.
Oordeel
Werkneemster heeft recht op betaling van loon tijdens ziekte, omdat zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij structureel werd ingezet en werkzaam was op basis van een arbeidsovereenkomst. Het gevorderde bedrag van € 1.390 bruto wordt daarom toegewezen. Bovendien heeft werkneemster recht op betaling voor de dagen dat zij in april 2022 niet is opgeroepen om te werken, maar wel beschikbaar was. Omdat zij werkte op basis van een arbeidsovereenkomst en er geen vaste arbeidsomvang was afgesproken, geldt het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW, wat inhoudt dat zij recht heeft op de gemiddelde omvang van haar arbeid in de drie maanden voor april 2022. Werkneemster heeft gemiddeld 162,5 uur gewerkt in die periode, en zij heeft dus recht op loon voor 162,5 uur, wat neerkomt op € 1.890 bruto. Tevens heeft werkneemster recht op een reiskostenvergoeding, omdat werkgever haar het vertrouwen heeft gegeven dat zij hier recht op heeft. Uit WhatsApp-berichten blijkt dat werkneemster meerdere keren om de reiskostenvergoeding heeft gevraagd, waarop werkgever niet heeft aangegeven dat zij hier geen recht op heeft. Werkneemster heeft recht op een vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte reiskosten, zoals zij in een bericht heeft voorgesteld, te weten € 706. Het al betaalde bedrag van € 150 moet hiervan worden afgetrokken, zodat werkgever een bedrag van € 556 aan reiskostenvergoeding moet betalen.