Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 4 september 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:7394
Feiten
Werknemer is sinds 1985 in dienst van (de rechtsvoorganger) van Aeronamic. Op camerabeelden is te zien dat werknemer, in strijd met de instructies, op 19 juli 2022, zonder beschermende handschoenen, een bak met geel verkleurde vloeistof (Chroom-6) door de gootsteen op het riool loost terwijl hij dat volgens de bij Aeronamic geldende protocollen had moeten doen in een zuurkast waarna de vloeistof in een jerrycan wordt opgevangen. In het gesprek op diezelfde dag heeft werknemer toegegeven dat hij hetzelfde ook op 13 juli 2022 heeft gedaan. Vervolgens is werknemer op staande voet ontslagen, hetgeen per brief van 20 juli 2022 is bevestigd. Werknemer is opgekomen tegen het ontslag. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen. Werknemer komt in hoger beroep tegen de beschikking.
Oordeel
Onverwijldheid
Uit de camerabeelden, die door het hof zijn bekeken, blijkt dat op 19 juli 2022 vanuit twee cameraposities wordt geregistreerd dat werknemer het spoelwater met Chroom(6)Oxide heeft gestort in de wasbak die uitkomt op het riool en dus niet via de zuurkast in de jerrycan. Zodra het bewijs door middel van de camerabeelden rond was en werknemer zelf in het gesprek op 19 juli 2022 toegaf ook op 13 juli 2022 op het riool te hebben afgestort, heeft Aeronamic werknemer direct op staande voet ontslagen. Werknemer voert nog aan dat uit de ontslagbrief volgt dat Aeronamic reeds eerder op de hoogte was van het afstorten op het riool zodat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven. Het hof volgt werknemer hierin niet. De verwijzing naar een eerdere storting wordt immers als vermoeden geformuleerd. Het hof oordeelt daarom dat het ontslag op staande voet wel degelijk onverwijld is gegeven.
Ontslag op staande voet
Het hof is van oordeel dat werknemer de geldende strenge regels aan zijn laars heeft gelapt waarbij hij het milieu in gevaar heeft gebracht. Daar komt nog bij dat – zoals Aeronamic heeft uitgelegd – Aeronamic's bedrijfsvoering streng gereguleerd is omdat zij werkzaam is in de (militaire) vliegtuigindustrie. Alles gebeurt volgens vastgelegde protocollen en dat geldt ook voor het afvoeren van zeer giftige stoffen, zoals Chroom(6)Oxide. Zij wordt door de milieuautoriteiten goed in de gaten gehouden. Door deze regels te overtreden heeft werknemer met zijn lakse optreden niet alleen het milieu maar ook nog eens de bedrijfsvoering in gevaar gebracht. De handelwijze van werknemer levert een dringende reden op. Aan werknemer komt geen transitievergoeding noch een billijke vergoeding toe.