Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Beter Horen B.V.
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 4 september 2023
ECLI:NL:RBOBR:2023:4377
Beroep op nietigheid van studiekostenbeding niet gehonoreerd. Beter Horen is niet op grond van de wet of een cao verplicht om deze scholing aan te bieden. Duidelijk studiekostenbeding met glijdende schaal.

Feiten 

Op 26 januari 2018 hebben werknemer en Beter Horen B.V. een studieovereenkomst gesloten. Werknemer heeft zich verplicht de tweejarige opleiding tot vakbekwaam audicien te volgen aan de Dutch Health Tech Academy en Beter Horen heeft zich verplicht om een tegemoetkoming in de studiekosten aan werknemer te verstrekken. In de arbeidsovereenkomst is een terugbetalingsverplichting opgenomen op grond waarvan werknemer is gehouden om 50% van de studiekosten terug te betalen wanneer hij in een periode van 25 tot 36 maanden na afronding van de studie ontslag neemt. Op 1 maart 2018 is werknemer met de opleiding gestart en is hij bij Beter Horen in dienst getreden als audicien. Op 25 april 2023 heeft werknemer aangegeven dat hij een overstap wil maken naar een concurrente onderneming die binnen het geografisch gebied van het concurrentiebeding is gevestigd. Werknemer heeft verzocht het concurrentiebeding te matigen tot een straal van 20 kilometer in plaats van 25 kilometer. Beter Horen heeft dat verzoek niet ingewilligd en heeft in verband met de overstap aanspraak gemaakt op betaling van de openstaande studieschuld van € 9.924,23. Op 28 april 2023 heeft werknemer zijn dienstverband bij Beter Horen opgezegd per 1 juli 2023. Werknemer vordert onder meer het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk te schoren en de werking van de studieovereenkomst in zijn geheel te schorsen. Volgens werknemer is het concurrentiebeding vernietigbaar omdat geen sprake is van zwaarwegende bedrijfsbelangen. Het tussen partijen overeengekomen studiekostenbeding is op grond van artikel 7:611a BW nietig. Er is sprake van scholing die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie audicien. Ook is het beding niet rechtsgeldig omdat werknemer niet expliciet is gewezen op de financiële risico’s van het beding. Beter Horen concludeert tot niet-ontvankelijkheid van werknemer. Het concurrentiebeding is een gebruikelijk beding in de audiciensbranche. Het studiekostenbeding dat partijen zijn overeengekomen is rechtsgeldig. De scholing valt buiten de reikwijdte van artikel 7:611a BW. 

Oordeel 

Het beroep op nietigheid van studiekostenbeding wordt niet gehonoreerd. De gevolgde opleiding moet voorshands worden aangemerkt als een scholing voor het verkrijgen van een beroepskwalificatie. Beter Horen is niet op grond van de wet of een cao verplicht om het verkrijgen van deze beroepskwalificatie aan te bieden. Die opleiding valt dus niet onder scholing als bedoeld in artikel 7:611a lid 2 BW. Werkgeefster heeft werknemer voldoende geïnformeerd over de financiële gevolgen van het studiekostenbeding. De studieovereenkomst, waarvan het beding deel uitmaakt, bevat een bijlage met uitsplitsing van de opleidingskosten en in het beding zelf is een duidelijke terugbetalingsverplichting met glijdende schaal opgenomen. Het non-concurrentiebeding wordt geschorst omdat het belang van Beter Horen bij bescherming van haar bedrijfsdebiet, gelet op het beperkt geoordeelde inbreukrisico, niet opweegt tegen het belang van werknemer om onbelemmerd gebruik te kunnen maken van zijn grondwettelijke recht op vrijheid van arbeidskeuze.