Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Tilburg), 8 september 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:6527
Feiten
Werknemer werkt sinds 8 oktober 2018 bij Tristar Europe B.V. (hierna: Tristar Europe) op basis van een fulltime arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Voordat werknemer bij Tristar Europe in dienst trad was hij werkzaam bij EDCO Eindhoven B.V. (hierna: EDCO). Tristar Europe, met Action als belangrijke klant, exploiteert een groothandel in kleine elektrische apparatuur (small domestic appliances of SDA). De arbeidsovereenkomst met werknemer bevat bepalingen met betrekking tot geheimhouding, non-concurrentie, relaties en het aftroggelen van werknemers. De functie van werknemer komt wegens bedrijfseconomische redenen te vervallen. Aan werknemer is vervolgens een vaststellingsovereenkomst aangeboden. Onderdeel van die vaststellingsovereenkomst was een beperking van de voornoemde lijst met concurrenten. EDCO stond ook op de verkorte lijst. Werknemer heeft de vaststellingsovereenkomst getekend. Werknemer heeft vervolgens binnen de bedenktermijn ontbonden omdat hij in dienst kan treden bij EDCO die hem de functie ten behoeve van Action heeft aangeboden en heeft aan Tristar Europe gevraagd of het non-concurrentiebeding voor wat betreft EDCO buiten toepassing kan blijven. Tristar Europe stelt dat indiensttreding bij EDCO onbespreekbaar is voor haar omdat EDCO als concurrent, soortgelijke producten als Tristar Europe levert aan onder meer Action, de grootste klant van Tristar Europe. Tristar Europe heeft een ontslagvergunning aangevraagd bij het UWV. De ontslagvergunning is op 6 juli 2023 verleend en de arbeidsovereenkomst is opgezegd per 1 september 2023. Werknemer vordert te bepalen dat het tussen partijen geldende concurrentiebeding geheel buiten toepassing dient te blijven, zodat Tristar Europe geen beroep toekomt op dat beding en het bijbehorende boetebeding. Tristar Europe concludeert tot niet-ontvankelijkheid van werknemer, dan wel tot afwijzing van zijn vorderingen omdat hij geen belang heeft bij zijn vorderingen, nu hij gebonden blijft aan het relatiebeding.
Oordeel
De voorzieningenrechter oordeelt dat werknemer voldoende heeft onderbouwd dat hij een spoedeisend belang heeft. Uit de dagvaarding en de toelichting op de mondelinge behandeling volgt dat de vorderingen van werknemer betrekking hebben op het non-concurrentiebeding en dat hij niet opkomt tegen het relatiebeding. Dit heeft werknemer erkend, maar hij voert aan dat als het non-concurrentiebeding wordt geschorst Tristar Europe niet gerechtvaardigd een beroep op het relatiebeding kan doen. Daarbij geeft werknemer aan dat de reden dat Tristar Europe het non-concurrentiebeding niet wil schorsen de klant Action is. Dat het om Action gaat, kenmerkt volgens werknemer beide bedingen. De kantonrechter kan de stelling van werknemer niet volgen omdat hij geen schorsing van het relatiebeding vordert en hij op de mondelinge behandeling ook geen eiswijziging heeft ingediend. De kantonrechter is niet bevoegd meer toe te wijzen dan is gevorderd, zodat, ook als het non-concurrentiebeding zou worden geschorst, het relatiebeding (voorlopig) geldig blijft. Dit leidt er in beginsel toe dat er weinig belang is bij de onderhavige vorderingen. Met betrekking tot het non-concurrentiebeding oordeelt de voorzieningenrechter dat Tristar Europe een groot belang heeft bij de instandhouding van het concurrentiebeding. De stellingen van werknemer, dat hij juist in het andere segment gaat werken, kan niet tot een ander oordeel leiden, nu dit zijn kennis in het SDA-segment niet wegneemt. EDCO kan hier gebruik van gaan maken, ook al zou hij zich daar niet gaan bezighouden met SDA- goederen. Werknemer stelt dat Tristar Europe het initiatief heeft genomen de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Dit ontneemt haar echter niet haar recht een beroep te doen op het concurrentiebeding. Tristar Europe stelt dat werknemer in andere branches werkzaam kan zijn en dat de arbeidsmarkt op dit moment, met betrekking tot dergelijke functies, gunstig is. Tot slot is de geldingsduur van het concurrentiebeding (twaalf maanden) een gebruikelijke termijn en is het concurrentiebeding in zoverre beperkt dat het enkel om de lijst met ondernemingen gaat en gelijksoortige ondernemingen. Werknemer heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende gesteld en onderbouwd om de belangenafweging met betrekking tot het non-concurrentiebeding in zijn voordeel te laten uitkomen. De gestelde ontwikkelingen in de politiek zijn tot slot onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. Er is thans nog geen wetsvoorstel opgesteld. Het gaat enkel nog om overdenkingen van de minister. Niet kan thans worden beoordeeld of en in hoeverre de besproken wijzigingen daadwerkelijk worden doorgevoerd. De vorderingen van werknemer worden afgewezen.