Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 21 juni 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:6186
Feiten
Werknemer was sinds 1 januari 2018 in dienst van Sanmark B.V. als managing director. Per 1 april 2019 heeft The Organic Corporation B.V., onderdeel van ACOMO N.V. (hierna: de Acomo-groep) alle aandelen in Sanmark verkregen. Tradin Organic Agriculture BV (hierna: Tradin) is onderdeel van de Acomo-groep. Werknemer is op 1 april 2019 in dienst getreden bij Tradin als Sales Director Oil Desk. Hij heeft hiertoe een nieuwe arbeidsovereenkomst getekend. In de arbeidsovereenkomst is een non-concurrentie-, relatie-, nevenwerkzaamheden- en geheimhoudingsbeding opgenomen. Aan deze bedingen is een boetebeding gekoppeld. Werknemer heeft op 18 november 2022 de arbeidsovereenkomst met Tradin opgezegd tegen 31 december 2022 en per 1 februari 2023 is hij in dienst getreden bij Cefetra Premium Oils B.V. (hierna: Cefetra) in de functie van Directeur Global Manager. Tradin stelt zich in kort geding op het standpunt dat werknemer, door bij Cefetra in dienst te treden, zijn post-contractuele bedingen overtreedt (subsidiair: dat werknemer onrechtmatig handelt) en zij maakt kort gezegd aanspraak op verbeurde boetes en sommeert werknemer de overtredingen te staken.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Tussen partijen is in de eerste plaats in geschil of sprake is van een geldig non-concurrentie-, relatie-, nevenwerkzaamheden- en geheimhoudingsbeding. Werknemer stelt zich op het standpunt dat sprake is geweest van een overgang van onderneming, op grond waarvan hij is overgegaan naar Tradin. Volgens Tradin gaat het ‘slechts’ om een aandelenoverdracht en (dus) niet om een overgang van onderneming. De kantonrechter is van oordeel dat op basis van de door partijen overgelegde stukken, zonder nader onderzoek, niet op eenvoudige wijze is vast te stellen of al dan niet sprake is geweest van overgang van onderneming en zo ja, wanneer de overgang heeft plaatsgevonden. Er bestaat op veel punten nog onduidelijkheid. Omdat een kort geding zich niet leent voor nader onderzoek, kan de vraag of de bedingen rechtsgeldig zijn overeengekomen niet in deze procedure worden beantwoord. Dit betekent dat de vorderingen van Tradin, nu voorshands onvoldoende aannemelijk is geworden dat deze in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat een voorlopige voorziening is gerechtvaardigd, dienen te worden afgewezen. Maar ook indien veronderstellenderwijs van de rechtsgeldigheid van de post-contractuele bedingen zou worden uitgegaan, kan dit niet leiden tot toewijzing van de vorderingen. In het non-concurrentiebeding is uitdrukkelijk een afbakening opgenomen door Tradin, namelijk 'organic raw materials'. Een puur grammaticale uitleg brengt naar het oordeel van de kantonrechter met zich dat het werknemer niet is toegestaan activiteiten te verrichten in een werkgebied ten aanzien van biologische stoffen of advisering daaromtrent. Tradin stelt dat het geen limitatieve opsomming is en dat het zich ook uitstrekt tot de conventionele grondstoffen. De kantonrechter volgt dit standpunt niet. Het volgen van het standpunt van Tradin zou ertoe leiden dat de werking van het beding wordt opgerekt. Juist het opnemen van de woorden 'organic raw materials' maakt dat het zich beperkt tot biologische grondstoffen en zich juist niet uitstrekt tot ook de conventionele grondstoffen. Dat het de expliciete bedoeling van Tradin is geweest om met het non-concurrentiebeding te bewerkstelligen dat het voor grondstoffen in het algemeen zou gelden, blijkt niet uit de tekst van het non-concurrentiebeding. Het non-concurrentiebeding moet dan ook zo worden uitgelegd dat het ziet op activiteiten op het gebied van biologische (organic) grondstoffen of advisering daaromtrent. Nu Cefetra handelt in conventionele oliën, is geen sprake van schending van het non-concurrentiebeding. Evenmin is sprake van onrechtmatig handelen van werknemer. Tradin heeft, met het enkel overleggen van omzetcijfers en twee contacten met klanten, niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een stelselmatige en structurele inbreuk op het bedrijfsdebiet. Een dalende omzet kan immers door meerdere factoren veroorzaakt zijn. Afwijzing van de vorderingen van Tradin volgt.