Naar boven ↑

Rechtspraak

Werknemer/Rotterdam School of Management B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 27 september 2023
ECLI:NL:RBROT:2023:9312
Bevel tot voorlopig getuigenverhoor. Van werknemer kan niet worden verwacht eerst de resultaten van een extern onderzoek af te wachten. Werknemer heeft er belang bij om te weten of werkgever aansprakelijk kan worden gesteld voor onzorgvuldig handelen bij de schorsing van werknemer.

Feiten 

Werknemer is van 1999 tot 2008 en vanaf juli 2012 in dienst bij Rotterdam School of Management B.V. (hierna: RSM), laatstelijk in de functie van infrastructuurmanager. Sinds mei 2022 is werknemer arbeidsongeschikt en vanaf 24 augustus re-integreert hij vier uur per dag. Werknemer wordt in een gesprek op 14 september 2022 geschorst gedurende een onderzoek naar een integriteitskwestie uit 2018. Tussen november 2022 en 18 april 2023 vindt mediation plaats, die niet tot een oplossing heeft geleid. Op 11 mei 2023 worden werknemer in een gesprek de bevindingen medegedeeld en krijgt hij de kans hierop te reageren. In het definitieve onderzoeksrapport wordt geconcludeerd dat een externe partij onderzoek zal doen naar de gebeurtenissen uit 2018 en dat de schorsing van werknemer wordt opgeheven. Per e-mail bericht RSM werknemer dat de schorsing wordt opgeheven en dat extern onderzoek wordt gedaan naar de gebeurtenissen uit 2018. Het externe onderzoek wordt uitgevoerd door DPD Consultancy. Ten tijde van de mondelinge behandeling van onderhavige procedure is het onderzoek nog niet afgerond. Werknemer verzoekt onder meer tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor.

Oordeel 

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het verzoek van werknemer voldoet aan de eisen voor toewijzing en er is geen deugdelijke afwijzingsgrond aanwezig. RSM heeft geen gelijk in haar stelling dat werknemer eerst de uitkomsten van het externe onderzoek af dient te wachten. Er is dan ook geen strijd met de goede procesorde, zoals RSM stelt, nu RSM zelf ervoor heeft gekozen eerst een intern onderzoek uit te voeren en pas in juni 2023 een extern onderzoeksbureau in te schakelen. Van werknemer kan niet redelijkerwijs worden gevergd de resultaten van het externe onderzoek af te wachten, nu niet duidelijk is wanneer de uitkomst van dit onderzoek bekend is. Niet duidelijk is of het externe onderzoek opheldering geeft over de feiten om te beoordelen of werknemer voldoende grond heeft een procedure te starten. Dat een getuigenverhoor door collega’s als belastend wordt ervaren staat hier niet aan in de weg. Hoewel werknemer per 5 juni 2023 niet meer geschorst is, zijn zijn bevoegdheden nog wel deels ingetrokken. Werknemer heeft er belang bij te kunnen beoordelen of hij voldoende grond heeft een procedure te starten en RSM aansprakelijk te stellen voor de volgens werknemer onzorgvuldige handelswijze bij zijn schorsing . Van een zwakke materieelrechtelijke positie van werknemer of een zgn. fishing expedition is geen sprake. Partijen dienen verhinderdata voor de maanden november 2023 tot en met februari 2024 op te geven. Aan de hand van deze verhinderdata wordt een tijdstip voor het te houden getuigenverhoor bepaald.