Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 24 oktober 2023
ECLI:NL:RBROT:2023:10097
Feiten
ECT Delta Terminal B.V. (hierna: ECT) is een logistieke dienstverlener in de haven van Rotterdam. Zij houdt zich bezig met de op- en overslag van zeecontainers. Werknemer is vanaf 1 augustus 2004 bij ECT in dienst. Zijn functie is medewerker planning en aansturing B met een salaris van € 7.500,78 bruto per maand inclusief schematoeslag (30%) en vakantietoeslag (10,83%). ECT stelt dat werknemer zijn positie (a) als werknemer van ECT heeft misbruikt door buiten zijn reguliere werkzaamheden om en in strijd met de interne regels en het geheimhoudingsbeding, (b) containers te verplaatsen en/of informatie over containers door te geven en (c) daarmee criminele derden de gelegenheid (trachten) te bieden drugs het land in te smokkelen, (d) niet mee te werken aan het politieonderzoek dat kan leiden tot oplossing van de zaak en tot de aanhouding, vervolging en veroordeling van criminele derden die met hun praktijken ECT schade hebben toegebracht, en (e) ECT niet de door haar gevraagde openheid van zaken te geven en onjuiste en tegenstrijdige verklaringen tegenover haar af te leggen. ECT verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden, primair omdat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten (e-grond), subsidiair omdat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond). Werknemer heeft geen verweer gevoerd tegen de ontbinding maar is het er niet mee eens dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten aan zijn kant.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst per direct wordt ontbonden. Er is namelijk voldaan aan de voorwaarden voor opzegging en er geldt geen opzegverbod (art. 7:671b lid 2 BW). Ook de gevraagde verklaring voor recht dat werknemer geen recht heeft op een transitievergoeding wordt toegewezen. Uit de overgelegde stukken blijkt dat werknemer op 30 mei 2022 is gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij de invoer van in totaal circa 3.793 kilo cocaïne. Uit de tenlastelegging blijkt dat hij onder meer wordt beschuldigd van het meermaals (handmatig) verplaatsen van containers en/of het plaatsen van containers in elkaars nabijheid en/of in dezelfde containerstock. ECT wijst erop dat uit het politieonderzoek (waarvan zij meerdere processen-verbaal heeft overgelegd) is gebleken dat onder het werkaccount van werknemer opdracht is gegeven voor containerverplaatsingen en informatie is opgevraagd over bepaalde containers, waardoor het criminelen mogelijk werd gemaakt om cocaïne in te voeren. Uit intern onderzoek dat ECT vervolgens heeft uitgevoerd blijkt volgens haar dat de opdrachten voor de containerverplaatsingen inderdaad zijn gegeven onder het account van werknemer. Volgens ECT bestond daarvoor geen enkele operationele aanleiding en houdt hij zich in zijn functie helemaal niet bezig met containerverplaatsingen. Werknemer heeft op de zitting bij de kantonrechter verklaard dat hij zich nog steeds beroept op zijn zwijgrecht. De kantonrechter is van oordeel dat van werknemer in de relatie met zijn werkgever verwacht had mogen worden om meer tekst en uitleg te geven over de aan hem verweten gedragingen. Zeker omdat in de processen-verbaal waaruit ECT in haar verzoek heeft geciteerd, heel precies staat omschreven waarvan hij wordt beschuldigd en op welke momenten de aan hem verweten gedragingen hebben plaatsgevonden. Daar komt nog bij dat werknemer helemaal geen contact heeft opgenomen met ECT na zijn vrijlating. Ook is hij tijdens het gesprek met ECT op 26 mei 2023 niet eerlijk geweest over het geld dat de politie bij het doorzoeken van zijn woning in beslag heeft genomen. De kantonrechter oordeelt dat werknemer met zijn voornoemde gedragingen zodanig ernstig verwijtbaar heeft gehandeld dat hij het vertrouwen van ECT onwaardig is geworden.