Rechtspraak
Feiten
Wereldgeluk B.V. (hierna: Wereldgeluk) wordt geëxploiteerd door een vof die onder leiding staat van twee vennoten. Werknemer is sinds 1 april 2022 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij de vof als chef-kok, tegen een brutomaandsalaris van € 2.770,72. Wereldgeluk is op 30 november 2016 opgericht door een holding, waarvan werknemer enig formeel bestuurder was. Wereldgeluk is altijd gevestigd geweest in hetzelfde pand en de huurovereenkomst is destijds gesloten door werknemer als formeel bestuurder van de holding en de vof waarvan werknemer vennoot is. Vanaf begin 2021 voert werknemer namens Wereldgeluk onderhandelingen met de vof over een overname. Op 1 april 2022 bereiken partijen een koopovereenkomst waarin is bedongen dat werknemer per deze datum in dienst treedt bij de vof. In juni 2022 worden problemen geconstateerd in het huurpand, waarna Wereldgeluk vanaf 26 juli 2022 is gesloten voor werkzaamheden en de vof per deze datum de loondoorbetaling aan werknemer heeft gestopt. Op 1 december 2022 start de vof een procedure om de arbeidsovereenkomst van werknemer te ontbinden. Op 8 december wordt ook een bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure tegen werknemer gestart. De vof is in de procedure over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst op 16 februari 2023 niet-ontvankelijk verklaard. Bij vonnis in kort geding van 31 maart 2023 heeft de voorzieningenrechter de ene vennoot gemachtigd namens de vof een rechtsgeding tegen werknemer te voeren om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. De vof verzoekt onder meer de arbeidsovereenkomst te ontbinden op de g-grond dan wel de h-grond.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Volgens de vof wist werknemer of had hij moet weten dat er ernstige gebreken kleefden aan het pand, waardoor Wereldgeluk al tijden dicht is, een enorme schadepost is ontstaan en een faillissement van de vof op de loer ligt, waardoor sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. De verwijten van de vof zijn onvoldoende aannemelijk geworden. In een door de vof ingebracht geluidsfragment spreekt werknemer over herstelwerkzaamheden die niet goed zijn uitgevoerd, maar hieruit blijkt niet dat werknemer deze wetenschap had vóór de overname. Wel is sprake van een verstoorde arbeidsverhouding, werknemer geeft namelijk weinig openheid van zaken over zijn rol in het kader van de verbouwingen. Hiertegenover staat de handelswijze van de vof, die de loondoorbetaling ondanks een veroordelend vonnis opnieuw op 1 januari 2023 is gestopt en er loopt ook nog een aansprakelijkheidsprocedure. Op basis van voorgaande wordt de arbeidsovereenkomst op de g-grond ontbonden tegen 1 januari 2024 omdat een opzegtermijn van twee maanden geldt. Werknemer maakt aanspraak op een transitievergoeding van € 6.215,65 bruto, die in termijnen betaald zal worden nu de vof in financiële problemen verkeert. Werknemer had meer duidelijkheid kunnen verschaffen over onder andere de verbouwing van het pand, maar dit nalaten is niet ernstig verwijtbaar. Werknemer maakt ook aanspraak op een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van de vof, nu de loondoorbetaling al maanden is gestaakt. Gelet op de omstandigheden van het geval wordt geschat dat de arbeidsovereenkomst nog zes maanden voort zou hebben geduurd. Gezien de zes maanden loon die werknemer na de ontbindingsdatum zou hebben genoten, de WW-uitkering die werknemer kan krijgen en de transitievergoeding, alsmede het eigen aandeel van werknemer in de verstoring van de arbeidsverhouding en de financiële situatie van de vof, is een billijke vergoeding van € 6.000 bruto op zijn plaats. Werknemer krijgt ook de loonvordering en het vakantiegeld (€ 22.165,76 en € 1.773,26) toegekend, vermeerderd met de wettelijke verhoging.