Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 24 oktober 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:9149
Feiten
Werknemer was sinds 1 september 2018 werkzaam bij FC Emmen. Op zaterdag 3 augustus 2019 was werknemer na een thuiswedstrijd van FC Emmen tegen FC Groningen aan het werk in de horecagelegenheden in het stadion. Werknemer is omstreeks 23.00 uur, om en nabij het geven van ‘de laatste ronde’, in het ‘Jupiler Business Café’ op de begane grond ten val gekomen en met zijn achterhoofd op de grond gekomen. Op 8 augustus 2019 heeft werknemer een poging gedaan weer te gaan werken. Zijn leidinggevende heeft hem naar huis gestuurd. Werknemer is naar de huisarts gegaan die een flinke hersenschudding heeft geconstateerd. Werknemer heeft na het ongeval geen werkzaamheden meer verricht. De bedrijfsarts heeft geoordeeld dat werknemer niet kan werken. Werknemer heeft ook een neuropsychologisch onderzoek ondergaan, waaruit de conclusie wordt getrokken dat de ervaren en gevonden klachten vaker worden gezien bij een postcommotioneel syndroom. Bij brief van 24 januari 2020 heeft werknemer FC Emmen aansprakelijk gesteld, hetgeen is herhaald bij brieven van 5 maart en 20 april 2020. Door en namens werknemer zijn vervolgens zestien berichten aan FC Emmen gestuurd. Op een deel daarvan is gereageerd, waarvan aanvankelijk de strekking was dat werknemer in dienst was van FC Emmen, zich in overleg met de bedrijfsarts volledig richt op herstel en dat fysiotherapie door FC Emmen wordt vergoed. Later wordt de zaak voorgelegd aan de juridische entiteit en wordt deze doorgeleid naar de verzekeraar. Per brief d.d. 29 mei 2020 bericht FC Emmen werknemer dat de arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd. Het UWV heeft het arbeidsongeschiktheidspercentage van werknemer vastgesteld op 100%. De kantonrechter heeft voor recht verklaard dat FC Emmen aansprakelijk is. FC Emmen heeft hoger beroep ingesteld.
Oordeel
Artikel 7:658 BW
Voldoende staat vast dat werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade heeft opgelopen. Met de val op zijn achterhoofd en de omschreven gevolgen daarvan door verschillende artsen staan de schade en de causale relatie met de werkzaamheden vast. FC Emmen stelt dat zij heeft voldaan aan haar zorgplicht. Het hof gaat er in dit geval van uit dat de vloer (op plekken) nat was ten tijde van de val en dat werknemer daardoor is uitgegleden. Het hof laat de discussie over de exacte locatie van de val voor wat zij is. Ook als veronderstellenderwijs ervan wordt uitgegaan dat de val heeft plaatsgevonden achter de bar waar de vloer een extra antislipprofiel heeft, is deze maatregel met betrekking tot de vloer onvoldoende om de conclusie te rechtvaardigen dat FC Emmen aan haar zorgplicht heeft voldaan. FC Emmen heeft niet gesteld en evenmin is gebleken dat zij ter preventie van ongelukken een risico-inventarisatie en -evaluatie (hierna RI&E) heeft laten uitvoeren. FC Emmen heeft ook niet onderzocht of de gekozen vloer een afdoende maatregel zou zijn. Van haar had mogen worden verwacht dat zij dan aanvullende maatregelen had genomen om het valrisico verder te beperken. Zo hadden er adequate werkschoenen ter beschikking kunnen worden gesteld. Daarnaast had zij specifieke instructies kunnen geven aan werknemers over het valrisico en moeten toezien op naleving van de instructies. Het hof oordeelt dat FC Emmen niet aan haar zorgplicht heeft voldaan en aansprakelijk is. Ook is sprake van voldoende causaal verband tussen de zorgplichtschending en de schade van werknemer.
Artikel 7:611 BW
Het hof is van oordeel dat voor aansprakelijkheid van FC Emmen, naast de aansprakelijkheid op basis van artikel 7:658 BW, in de gegeven omstandigheden geen plaats is. Werknemer heeft onvoldoende gesteld dat en op welke wijze werkgeefster daarnaast in haar handelen dan wel nalaten na het ongeval is tekortgeschoten zich als een goed werkgever in de zin van artikel 7:611 BW te gedragen. Ook heeft hij onvoldoende gesteld dat FC Emmen na het ongeval tekortgeschoten is in een (andere) contractuele verplichting (artikel 6:74 BW) of dat het handelen of nalaten na het ongeval dermate onzorgvuldig is geweest dat het als onrechtmatig moet worden aangemerkt (artikel 6:162 BW).
Schade
Het hof acht de gevorderde verwijzing naar de schadestaat toewijsbaar. Aan werknemer wordt een voorschot van € 38.000 toegewezen.