Rechtspraak
Feiten
De heer X verrichtte sinds 2016 als zzp’er werkzaamheden voor Y B.V. in een bedrijfspand. Op 23 december 2016 is het bedrijfspand in brand gevlogen. X was daarbij aanwezig en hij heeft brandwonden opgelopen aan zijn gezicht en linkerarm. Y B.V. is in april 2018 failliet verklaard. X heeft gesteld dat hij de brandwonden heeft opgelopen in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Hij stelt materiële en immateriële schade te hebben geleden. De werkzaamheden verrichtte hij in opdracht van Y B.V. De bestuurder van Y B.V. moet worden beschouwd als feitelijk leidinggevende. Het is daarom die bestuurder geweest die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid heeft laten verrichten door X als zelfstandige en daarmee is de bestuurder aansprakelijk, aldus X.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. X heeft zijn vordering allereerst gebaseerd op het vierde lid van artikel 7:658 BW. Lid 4 is bij gelegenheid van de invoering van de Wet flexibiliteit en zekerheid aan genoemd artikel toegevoegd. Dit is gebeurd omdat volgens de wetgever de rechtspositie van degenen die niet krachtens een arbeidsovereenkomst werkzaamheden verrichten voor de werkgever geen andere mag zijn dan die van de werknemers die wel in dienst zijn van de werkgever. Artikel 7:658 lid 4 BW vestigt echter, anders dan waarvan X lijkt uit te gaan, geen aansprakelijkheid voor een feitelijk leidinggevende. Wel is op grond van dit artikel Y B.V. aansprakelijk, zo uiteraard aan de overige vereisten voor het vestigen van de aansprakelijkheid is voldaan, maar deze partij is niet betrokken in dit geding. Afwijzing van de vordering volgt. Ook de vorderingen gegrond op bestuurdersaansprakelijkheid en op aansprakelijkheid van de bestuurder als bezitter van de opstal worden afgewezen.