Naar boven ↑

Rechtspraak

werkverschaffer/werker
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 17 januari 2024
ECLI:NL:RBNNE:2024:107
Kwalificeert de praktijkovereenkomst als arbeidsovereenkomst? Het antwoord luidt ontkennend, nu geen sprake is van arbeid in de zin van artikel 7:610 BW.

Feiten

Werkverschaffer heeft omstreeks augustus 2022 met werker afgesproken dat werker vanaf januari 2023 als leerling aan de slag zou gaan bij werkverschaffer. Werkverschaffer, werker en de schoolinstelling hebben hiertoe vervolgens een ‘Overeenkomst voor beroepspraktijkvorming’ gesloten (hierna: praktijkovereenkomst), die is gedateerd op 7 maart 2023. In deze praktijkovereenkomst is expliciet opgenomen dat de door de student in het kader van deze overeenkomst te verrichten activiteiten een leerfunctie hebben. In de periode van 10 januari 2023 tot half maart 2023 heeft werker in totaal 25 dagen bij werkverschaffer gewerkt. Vanaf half maart 2023 is werker niet meer aanwezig geweest bij werkverschaffer. Per brief van 15 mei 2023 heeft de gemachtigde van werkverschaffer aan de gemachtigde van werker geschreven: omdat uw cliënt onvoldoende aanwezig was bij cliënte en ook al enige tijd niet meer aanwezig was op school, is de Overeenkomst voor de beroepspraktijkvorming geëindigd conform praktijkovereenkomst. Op 20 september 2023 heeft de kantonrechter in een kort geding tussen werker en werkverschaffer voorlopig geoordeeld dat sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen partijen. Werkverschaffer verzoekt in de onderhavige procedure de kantonrechter – voor zover wel sprake is van een arbeidsovereenkomst – de arbeidsovereenkomst te ontbinden op primair de h-grond, subsidiair de g-grond en meer subsidiair de i-grond. Voor zover de kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, verzoekt werkverschaffer hiertoe een verklaring voor recht. Werker voert verweer en verzoekt tot afwijzing van de verzoeken.

Oordeel

De kern van het geschil tussen partijen is de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst of ‘slechts’ van een praktijkovereenkomst. Indien sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst, verschillen partijen van mening of deze al is geëindigd door opzegging, en zo nee, of deze ontbonden dient te worden. Voor wat betreft de kwalificatie van de overeenkomst als arbeidsovereenkomst oordeelt de kantonrechter dat er ten aanzien van werker sprake is van loon, gedurende zekere tijd in dienst van werkverschaffer. Hamvraag is aldus of sprake is van het element ‘arbeid’. Daarbij heeft als maatstaf te gelden of de werkzaamheden van werker naar de bedoeling van partijen zozeer waren gericht op het uitbreiden van eigen kennis en ervaring van werker, zulks mede met het oog op de voltooiing van zijn opleiding, dat niet meer kan worden gesproken van een overeenkomst waarbij de ene partij zich verbindt voor de andere partij arbeid te verrichten. Naar het oordeel van de kantonrechter hebben partijen de praktijkovereenkomst gesloten met het oog op de opleiding die werker volgt. Hierbij weegt de kantonrechter mee dat werkverschaffer in zijn e-mail van 31 augustus 2022 aan werker heeft geschreven dat hij het beste in januari 2023 kon starten, omdat er dan voldoende tijd was om hem te begeleiden. Hieruit blijkt dat het de intentie van partijen was om werker het vak te leren en dat hij niet zomaar zelfstandig aan het werk kon. Verder acht de kantonrechter van belang dat werkverschaffer werker op 10 januari 2023 via Whatsapp heeft geïnformeerd dat (alleen) een praktijkovereenkomst zou worden gesloten en dat er pas een arbeidsovereenkomst zou worden gesloten als werker geen leerling meer zou zijn. Werker heeft hier niet tegen geprotesteerd. Ook dit is naar het oordeel van de kantonrechter een aanwijzing dat partijen zijn overeengekomen dat werker werkzaamheden zou gaan verrichten met het oog op zijn opleiding, en niet met het oog op het leveren van een arbeidsprestatie voor werkverschaffer. Het voorgaande betekent dat er geen sprake was van ‘arbeid’ in de zin van artikel 7:610 BW en dat er dus geen sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen partijen.