Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 20 december 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:9263
Feiten
Baby’s & Zo Kraamzorg B.V. (hierna: Baby’s & Zo) exploiteert een onderneming in verloskundige diensten en kraamzorg en verzorgt tevens bedrijfsopleidingen en -trainingen. Werkneemster is op 1 oktober 2021 in dienst getreden van Baby's & Zo als kraamverzorgende in opleiding. De arbeidsovereenkomst bevat een studiekostenbeding met een terugbetalingsverplichting volgens een glijdende schaal. Baby's & Zo heeft de opleiding voor werkneemster ingekocht tegen een bedrag van € 2.295 bij Kraamzo Opleidingen B.V. (een zusteronderneming). In oktober 2022 heeft een audit van de opleiding van Kraamzo plaatsgevonden door Collega Zorgopleidingen (verder: CZO). Dit heeft er niet in geresulteerd dat de opleiding van Kraamzo wordt erkend door CZO. Werkneemster heeft de arbeidsovereenkomst op 19 oktober 2022 opgezegd tegen 1 december 2022. Zij heeft de opleiding niet afgerond. Baby's & Zo heeft op 20 december 2022 de opleidingskosten aan werkneemster in rekening gebracht. Zij heeft deze niet aan Baby's & Zo betaald. Baby's & Zo vordert veroordeling van werkneemster tot betaling van € 2.639,25. Werkneemster verzoekt afwijzing en stelt onder meer dat (a) de opleiding niet extern is ingekocht, (b) de opleidingdoor onvoldoende begeleiding van Baby’s en Zo niet binnen een jaar kon worden afgerond, (c) de opleiding niet is geaccrediteerd en (d) Baby’s & Zo deze kosten op grond van artikel 7:611a BW niet in rekening mag brengen bij werkneemster en zij beroept zich op de nietigheid van het studiekostenbeding.
Oordeel
De kantonrechter volgt werkneemster niet in haar stelling dat de opleiding verplichte scholing betreft als bedoeld in artikel 7:611 lid 2 BW, zodat sprake is van een nietig studiekostenbeding en Baby’s & Zo dus geen aanspraak kan maken op terugbetaling van de studiekosten. Lid 2 en 4 van artikel 7:611a BW zijn het gevolg van de implementatie van de EU-richtlijn 2019/1152 betreffende transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden. Uit de memorie van toelichting bij de implementatiewetgeving volgt dat onder scholing in artikel 7:611a lid 2 BW onder andere niet wordt verstaan beroepsopleidingen, zoals in de onderhavige zaak aan de orde. Bovendien is niet onderbouwd dat Baby’s & Zo de scholing op grond van de wet of de cao verplicht was te verstrekken. De opleiding valt dus niet onder verplichte scholing als bedoeld in artikel 7:611a lid 2 BW, zodat het beroep van werkneemster op lid 4 van die bepaling niet slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter voldoet het studiekostenbeding en de door de Hoge Raad (HR 10 juni 1983, ECLI:NL:HR:1983:AC2816) gestelde voorwaarden en is het gevorderde bedrag toewijsbaar. Het beroep op de vernietiging van het studiekostenbeding op grond van dwaling of bedrog slaagt niet.