Naar boven ↑

Rechtspraak

Veolia Gebouwenbeheer B.V./werknemer
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 18 januari 2024
ECLI:NL:RBNHO:2024:763
Ontbindingsverzoek werkgever voor werknemer met twee volwaardige functies (operationeel manager en vestigingsmanager), hetgeen te zwaar is gebleken, afgewezen.

Feiten

Veolia Gebouwenbeheer B.V. (hierna: VGB) maakt deel uit van het Franse Veolia, een internationaal opererende onderneming. Werknemer is op 1 januari 1992 bij VGB in dienst getreden en zijn brutomaandsalaris bedroeg laatstelijk € 8.075,79 exclusief vakantietoeslag en emolumenten. In september 2020 heeft een organisatiewijziging plaatsgevonden. Bij brief van 25 september 2020 heeft X aan werknemer bevestigd dat zijn functie per 1 september 2020 is gewijzigd naar de functie van operationeel manager met zes vestigingsmanagers onder zich. Naast deze functie vervulde werknemer (nog steeds) de functie van vestigingsmanager van Amsterdam. Deze gecombineerde functie bleek te zwaar. Werknemer moest daarom een nieuwe vestigingsmanager zoeken. In 2021 heeft werknemer al zijn doelstellingen behaald, behalve de resultaatsdoelstelling. Zijn gedrag werd beoordeeld met ‘voorbeeldgedrag’. Per 1 januari 2023 is Y aangesteld als contractmanager, met de bedoeling dat hij op termijn vestigingsmanager Amsterdam zou worden. Omdat de bedrijfsresultaten over 2021/2022 negatief waren, heeft VGB een onderzoek laten verrichten. Daaruit volgt onder meer dat werknemer niet de juiste persoon op de juiste plek is. Over 2022 heeft werknemer wederom niet goed gescoord op bedrijfsresultaten. In april 2023 is A benoemd tot operationeel manager ad interim. Vervolgens heeft het personeel geklaagd over werknemer. Op 5 en 12 juni 2023 is met werknemer gesproken over zijn functioneren. Bij e-mail van 16 juni 2023 is aan werknemer geschreven dat vanuit de organisatie te weinig steun is voor werknemer als vestigingsmanager, dat gekeken zal worden naar een andere functie en dat per 1 juli een ander zal worden benoemd als vestigingsmanager. Werknemer heeft geprotesteerd tegen deze benoeming. Bij e-mail van 27 juni 2023 schrijft VGB dat zij alleen wat tijdelijke mogelijkheden voor werknemer ziet en dat werknemer zelf moet kijken naar alternatieven binnen Veolia. Na een aantal gesprekken is aan werknemer de functie van operationsmanager bij een aan VGB gelieerde onderneming MEWA aangeboden. Werknemer heeft dat aanbod afgewezen vanwege de inhoud en reistijd. Per 8 september 2023 is werknemer op non-actief gesteld en is Y benoemd tot vestigingsmanager Amsterdam. VGB verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Omdat werknemer niet heeft geprotesteerd tegen zijn ontheffing uit de functie van operationeel manager en sindsdien wel is blijven werken als vestigingsmanager, gaat de kantonrechter ervan uit dat werknemer (formeel) nog steeds de functie van vestigingsmanager Amsterdam vervult. De omstandigheid dat VGB door werknemer uit beide functies te ontheffen niet meer op zinvolle wijze invulling kan geven aan de arbeidsovereenkomst, kan de ontbinding niet dragen. VGB heeft die omstandigheid namelijk zelf gecreëerd. Verder is het gestelde gebrek aan draagvlak en vertrouwen onvoldoende onderbouwd en is, voor zover daarvan wel sprake was, onvoldoende gepoogd dat te herstellen. Ook de stelling dat de bedrijfsresultaten noopten tot onmiddellijk ingrijpen is onvoldoende onderbouwd en de stelling dat werknemer als goed werknemer de aangeboden functie had moeten accepteren wordt verworpen. VGB heeft aan werknemer onvoldoende duidelijk gemaakt wat de kritiek op zijn functioneren was en de beoordelingsgesprekken zien alleen op zijn functie als operationeel manager, welke functie hij nu niet meer heeft. Werknemer is evenmin in de gelegenheid gesteld zijn functioneren te verbeteren. Tot slot speelt mee dat werknemer tot 2020 altijd goed heeft gefunctioneerd en dat is erkend dat de gecombineerde functie te zwaar was. Het ontbindingsverzoek wordt afgewezen.