Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 30 januari 2024
ECLI:NL:GHARL:2024:760
Feiten
Werknemer is op 1 oktober 2003 in dienst getreden van Econocom. Een van de klanten van Econocom, JBG, wenste dat haar directie door een consultant werd ondersteund. Y werd als consultant aangesteld, die werkte vanuit zijn bv, Talent House B.V. op grond van een consultancyovereenkomst. Y is een persoonlijke vriend van werknemer. Onderdeel van de afspraken was dat zijn werkzaamheden aan Econocom zouden worden gedeclareerd. Oorspronkelijk was de vergoeding € 1.200 per dag. Later is dat bedrag vastgesteld op € 2.200. Werknemer heeft ook een eigen bv, C4Horses B.V. Econocom verwijt werknemer dat hij heeft bewerkstelligd dat Talent House haar facturen aan Econocom fors heeft opgehoogd zodat zij veel te veel heeft betaald voor de werkzaamheden van Y. Met de door Econocom betaalde bedragen heeft werknemer zich vervolgens verrijkt door een viertal transacties met werknemer/C4Horses en Y/Talent House aan te gaan. Daarnaast verwijt Econocom werknemer ook nog dat hij andere privé-uitgaven voor rekening van Econocom heeft gebracht. Werknemer is op 20 maart 2020 op staande voet ontslagen. In eerste aanleg is werknemer veroordeeld tot betaling van € 427.633,91 aan schadevergoeding aan Econocom. Werknemer komt tegen het vonnis in hoger beroep.
Oordeel
Het hof oordeelt dat als de verwijten komen vast te staan, er sprake is van opzet of grove schuld waardoor werknemer in beginsel gehouden is de schade van Econocom te vergoeden. Het hof oordeelt dat voldoende bewijs is geleverd dat werknemer heeft bewerkstelligd dat Talent Talent House te hoge consultancy fees aan Econocom in rekening heeft gebracht. Onbetwist is dat Y een vriend van werknemer was. Werknemer was nauw betrokken bij de opstelling van de conceptovereenkomst tussen JBG en Talent House. Hij was ook de drijvende kracht achter inschakeling van werknemer. De ongespecificeerde facturen van Talent House kwamen bij werknemer binnen die ze, voorzien van zijn akkoord, doorstuurde aan de betalingsbevoegde personen. Bovendien heeft werknemer, samen met Y, het tarief met 85% verhoogd naar € 2.200 per dag en dat met terugwerkende kracht. Het hof overweegt dat dat de specificatie kennelijk zo is ingericht dat voor de reeds gedane betalingen over 2015 en 2016 achteraf een verklaring wordt gegeven door de facturen substantieel te verhogen. En zonder verdere toelichting wordt dit tarief ook voor de jaren daarna gehanteerd. Het hof oordeelt dat er geen goede reden was voor de substantiële verhoging van het afgesproken tarief. Het hof overweegt verder dat weliswaar duidelijk is dat Econocom onvoldoende kritisch is geweest toen zij de facturen accordeerde maar dat betekent niet dat werknemer ervan uit mocht gaan dat Econocom het allemaal wel goed vond en hij zijn handen in onschuld kan wassen. Voor zover werknemer hiermee een beroep doet op eigen schuld van Econocom oordeelt het hof dat dit niet opgaat. Voor wat betreft de kickbackbetalingen komt het hof voor diverse posten tot het oordeel dat sprake is van kickbackvergoedingen. Voor wat betreft enkele gedane betalingen door werknemer wordt Econocom toegelaten tot bewijs dat werknemer zich ten koste van Econocom heeft verrijkt. De zaak wordt verwezen naar de rol.