Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 2 april 2024
ECLI:NL:RBNHO:2024:3208
Vordering in kort geding tot schorsing van een concurrentiebeding met ex-werkgever gedeeltelijk toegewezen.

Feiten

Werknemer is op 3 oktober 2011 in dienst getreden bij Nitta Corporation of Holland B.V. In de schriftelijke arbeidsovereenkomst van 18 september 2013 is een concurrentiebeding opgenomen. Werknemer heeft de arbeidsovereenkomst met Nitta opgezegd tegen 29 februari 2024 en aan Nitta meegedeeld dat hij per 1 maart 2024 in dienst wil treden bij Ammeraal Beltecht, in de functie van Quality Engineer op de afdeling Kwaliteit. Werknemer vordert onmiddelijke schorsing van het concurrentiebeding, zodat het werknemer zal zijn toegestaan om voor Ammeraal werkzaam te zijn in de functie van Quality Engineer. Nitta betwist de vordering.

Oordeel

Namens Nitta is verklaard dat zij uitgaat van toepassing van het concurrentiebeding in de schriftelijke arbeidsovereenkomst van 18 september 2013. Anders dan door werknemer is bepleit voldoet dit beding aan het schriftelijkheidsvereiste.

Zwaarder drukken-criterium

Vervolgens dient te worden beoordeeld of het concurrentiebeding opnieuw had moeten worden overeengekomen, omdat het concurrentiebeding zwaarder op werknemer is gaan drukken in verband met de functiewijziging van werknemer van assistent research & development naar specialist kwaliteit per 1 januari 2023. Op basis van de functieomschrijvingen en het verhandelde ter zitting is aannemelijk geworden dat werknemer een deel van zijn nieuwe taken en verantwoordelijkheden gaandeweg had opgepakt vóór 1 januari 2023. Zo is onweersproken dat werknemer al enige jaren niet meer functioneerde als “assistent” research & development. De functiewijziging is in zoverre deels te beschouwen als een bevestiging van wat hij al deed, naast een aantal nieuwe taken en verantwoordelijkheden. De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat hieruit volgt dat geen sprake is geweest van een ingrijpende functiewijziging maar veeleer van een voorzienbare ontwikkeling met bijbehorende doorgroei in het salaris. Dit betekent dat ervan wordt uitgegaan dat het concurrentiebeding nog zijn gelding heeft.

Belangenafweging

Werknemer is sinds zijn indiensttreding zonder werk en inkomen. Voldoende aannemelijk is dat het concurrentiebeding hem belemmert ander werk te vinden. Werknemer is – zo kan als onvoldoende bestreden worden aangenomen – bij het vinden van een baan met een vergelijkbaar niveau en salaris aangewezen op concurrerende bedrijven, die alle zijn gevestigd in de nabijheid van Nitta. Het (financieel) belang van werknemer bij (gedeeltelijke) schorsing van het concurrentiebeding is daarom aan te merken als zeer zwaarwegend. Hier tegenover staat het belang van Nitta om haar bedrijfsdebiet te beschermen. De kantonrechter wil wel aannemen dat Nitta een gerechtvaardigd belang heeft om die knowhow gedurende enige tijd te beschermen. Maar naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter pakt de belangafweging onbillijk uit indien werknemer hierdoor langer dan zes maanden (na de op non-actiefstelling) wordt beperkt in het vinden van een andere baan. De kantonrechter schorst het concurrentiebeding met ingang van 1 augustus 2024, zodat het werknemer is toegestaan om per die datum bij Ammeraal in dienst te treden.