Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Glazenwasserij en Schoonmaakbedrijf Groeneweg B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 14 februari 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:3065
Werkneemster is rechtsgeldig op staande voet ontslagen wegens het hardnekkig weigeren te voldoen aan redelijke door werkgeefster gegeven bevelen. Een termijn van vier dagen om het besluit mede te delen is verenigbaar met de onverwijldheidseis.

Feiten

Werkneemster is in ieder geval vanaf 1 april 2020 in dienst bij Glazenwasserij en Schoonmaakbedrijf Groeneweg B.V. (hierna: Groeneweg) in de functie van algemeen schoonmaakmedewerkster. Een opdrachtgever van Groeneweg heeft in augustus 2023 laten weten dat een van de werkplekken bij de opdrachtgever waar werkneemster voor werkte kwam te vervallen en dat de voorkeur voor de blijvende posities uitging naar de collega’s van werkneemster. Groeneweg heeft werkneemster vervolgens een functie elders aangeboden. Werkneemster heeft de functie afgewezen vanwege de reistijd, wat Groeneweg heeft geaccepteerd. Vervolgens heeft Groeneweg werkneemster vrijgesteld van werkzaamheden. Groeneweg heeft in september nogmaals het project aangeboden en een vaststellingsovereenkomst gestuurd. De partijen kwamen er niet uit, en in oktober 2023 heeft Groeneweg een alternatief project aangeboden waarvoor een door Groeneweg betaalde opleiding van een week vereist was. Werkneemster heeft de optie geweigerd en aangegeven weer op haar oude, verdwenen plek gezet te willen worden. Groeneweg heeft werkneemster een laatste waarschuwing gegeven omdat zij van mening was dat sprake was van herhaaldelijke werkweigering. Als werkneemster niet zou verschijnen op een laatste oproep om op kantoor te verschijnen zou zij ontslag op staande voet riskeren. Werkneemster is niet verschenen en is op 15 november 2023 op staande voet ontslagen. Werkneemster verzoekt een vergoeding vanwege onregelmatige opzegging, een transitievergoeding en een billijke vergoeding van € 6.572,26 te vermeerderen met wettelijke rente en een proceskostenveroordeling. Werkneemster voert daarbij aan dat de in de ontslagbrief gegeven reden – het gebrek aan vertrouwen dat herstel van de arbeidsverhoudingen nog mogelijk is – niet als dringende reden te gelden heeft. Groeneweg betwist de verzoeken en vordert een vergoeding vanwege onregelmatige opzegging.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkneemster is op vrijdag zonder een reden te geven niet verschenen op de afspraak en op woensdag heeft de directeur vanaf zijn vakantieadres de ontslagbrief ondertekend, die op donderdag is ontvangen. Nu in de weekenddagen niet gehandeld kon worden is de dringende reden op de vierde dag nadat gehandeld kon worden medegedeeld, wat verenigbaar is met de vereiste dringendheid. De redenen die in de ontslagbrief worden vermeld zijn het weigeren van de plaatsing op het nieuwe project, het weigeren van de verzoeken de werkzaamheden te starten op het nieuwe project en het negeren van twee waarschuwingen te starten met de werkzaamheden. Ook is aangegeven dat door deze gedragingen en het vasthouden aan het oude project Groeneweg geen vertrouwen meer heeft dat werkneemster haar gedrag zal aanpassen en dat herstel van de verhoudingen nog mogelijk is. De reistijd van de aangeboden projecten viel binnen de cao-norm. Werkneemster heeft hoog spel gespeeld door vast te houden aan haar inmiddels vervallen plek en meermaals waarschuwingen te negeren en niet bij het project en op afspraken te verschijnen. Aan de vereisten voor ontslag op staande voet is voldaan, de gevorderde vergoeding vanwege onregelmatige opzegging wordt afgewezen. De gevorderde billijke vergoeding wordt eveneens afgewezen. Van Groeneweg kon niet worden gevergd werkneemster nog langer in dienst te houden, zij heeft niet ernstig verwijtbaar gehandeld. Het handelen van werkneemster is ernstig verwijtbaar waardoor Groeneweg geen transitievergoeding is verschuldigd. De door Groeneweg gevorderde vergoeding wegens ontijdige opzegging wordt eveneens afgewezen, nu de vergoeding op geen enkele wijze is onderbouwd. De proceskosten worden gecompenseerd nu in beide procedures de verzoeken tot vergoedingen zijn afgewezen.