Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemers/Hotel Park Meerendonk B.V.
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 8 april 2024
ECLI:NL:RBOBR:2024:1459
Geen sprake van overgang van onderneming omdat identiteit van hotel niet behouden is gebleven o.a. gelet op het soort hotelgasten. Werknemers hebben recht op loondoorbetaling van vervreemder.

Feiten

Werknemers zijn met Hotel Park Meerendonk B.V. (hierna: Meerendonk) een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangegaan en ontvingen van haar tot en met 31 december 2023 loon. Meerendonk exploiteerde tot 1 januari 2024 het Mövenpickhotel in een gehuurd gebouw. Eind 2023 heeft Meerendonk vernomen van de mogelijkheid dat het Mövenpickhotel zou worden overgenomen door Hotel Pettelaar Den Bosch Exploitatie B.V. (hierna: Pettelaar). Kort daarop is het personeel geïnformeerd over de mogelijke toekomstige verhuur van de hotelkamers met bijbehorende dienstverlening aan het COA ten behoeve van asielzoekers. Op 11 december 2023 waren de onderhandelingen afgerond en op 15 december 2023 is een overeenkomst getekend. De overeenkomst ging uit van een ‘’as is’’ overdracht per 1 januari 2024 van Meerendonk naar Pettelaar. In de overeenkomst is bepaald dat de activa en het personeel mee overgaan en dat voor het geval geen sprake is van overgang van onderneming, partijen overeenkomen dat zij de transactie wel aanmerken als overgang van onderneming en ook dienovereenkomstig zullen handelen. Half december zijn de werknemers van Meerendonk geïnformeerd over de overgang. Op 31 december 2023 vond de overgang plaats. Werknemers hebben in januari 2024 werkzaamheden verricht voor Meerendonk in verband met de staking van het Mövenpickhotel. Op 4 januari heeft Meerendonk definitief aan werknemers laten weten dat Pettelaar hun werkgever was geworden. Werknemers hebben laten weten Meerendonk als werkgever te beschouwen en hebben loon van haar gevorderd. Meerendonk heeft aangegeven het loon niet te zullen voldoen en ook niet te kunnen voldoen in verband met de blijvende staking van al haar activiteiten. Werknemers stellen loon- en daarmee samenhangende vorderingen in jegens Meerendonk. Volgens hen is geen sprake van overgang van onderneming.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Voor het antwoord op de vraag of sprake is van overgang van onderneming, is in dit geval cruciaal of sprake is van identiteitsbehoud van het Mövenpickhotel. Dit moet worden beoordeeld aan de hand van de Spijkers-criteria. Wat betreft de aard van de betrokken onderneming constateert de kantonrechter dat Meerendonk zich richtte op hotelgasten voor kort verblijf op eigen initiatief, terwijl Pettelaar het gebouw drie jaar (onder)verhuurt aan het COA ten behoeve van langdurig verblijf van asielzoekers die daar – zonder keuzevrijheid – worden geplaatst door het COA. Verder geldt dat Pettelaar de activa heeft overgenomen en het gebouw huurt met het oog op de huisvesting van asielzoekers. De waarde van de immateriële activita speelt geen rol meer, want er verblijven geen hotelgasten meer die zelf hun kamers kunnen boeken. Gelet daarop is evenmin de klantenkring overgenomen. Wat betreft personeel geldt dat een klein deel van de werknemers feitelijk mee is overgegaan, maar een ander deel is vertrokken met een vaststellingsovereenkomst. Weknemers hebben tot 4 januari werkzaamheden verricht voor Meerendonk, maar hebben daarna geen werkzaamheden meer verricht voor Pettelaar. Ook geldt dat het hotel is verbouwd met oog op huisvesting van asielzoekers. Verschillende ruimtes hebben nu een andere functie gekregen. Het verblijf van de asielzoekers verschilt verder significant van dat van de hotelgasten van Meerendonk. Het voorlopig oordeel luidt dat geen sprake is van identiteitsbehoud en dat werknemers recht hebben op loondoorbetaling van Meerendonk. Tot slot voldoet de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke kosten (€ 1.376,30 per werknemer) aan de dubbele redelijkheidstoets zodat deze vordering wordt toegewezen.