Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 11 april 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:3275
Feiten
CLdN Ports Netherlands B.V. (hierna: CLdN) heeft een ondernemingsraad (hierna: de OR) ingesteld. Het geschil tussen de OR en CLdN gaat over het besluit van CLdN om in het jaar 2023 geen loonstap(pen) toe te kennen aan de werknemers die verloond worden volgens de salaristabel in bijlage I.2 van de cao CLdN Ports B.V. (hierna: cao). De OR stelt dat dit een instemmingsplichtig besluit is, nu het gaat om de wijziging van een beloningssysteem. CLdN heeft geen instemming gevraagd. De OR vraagt onder meer een verklaring voor recht dat sprake is van een nietig besluit. De OR verzoekt voorts de veroordeling van CLdN om de loonstappen over 2023 alsnog toe te kennen aan de desbetreffende werknemers.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het besluit om in 2023 geen loonstappen toe te kennen, is een besluit van algemene strekking. Het geldt immers voor alle medewerkers die worden verloond volgens de salaristabel in bijlage I.2 van de cao. Dat is een algemene groep. Dat de werkgever bij het al dan niet toekennen een zekere beslisruimte heeft, zoals CLdN heeft gesteld, onderschrijft de kantonrechter niet. Weliswaar bepaalt artikel 7.1 dat de werkgever bij een positieve beoordeling een loonstap ‘kan’ toekennen, maar de Welkomstbrochure schrijft in artikel 6.3 imperatief voor dat de werknemer bij een positieve beoordeling een loonstap ‘krijgt toegewezen’. Ter zitting is ook gebleken dat de tekst van de Welkomstbrochure vanaf 2018 dezelfde bepaling 6.3 kent en dat steeds op deze wijze uitvoering is gegeven aan de loonstappen. Onder die omstandigheden moet er naar het oordeel van de kantonrechter van uit worden gegaan dat de tekst van de Welkomstbrochure het bestaande beleid ten aanzien van de loonstappen weergeeft. De kantonrechter oordeelt verder dat het besluit om geen loonstappen toe te kennen geen besluit is dat in de eerste plaats betrekking heeft op primaire arbeidsvoorwaarden. Het besluit betreft in feite het tempo waarmee de medewerkers die nog niet het einde van de loonschaal bereikt hebben groeien in hun salaris. Het feitelijke gevolg, dat de desbetreffende medewerkers in 2023 – en ook in de jaren daarna tot het bereiken van de maximumschaal – minder salaris ontvangen dan wanneer zij wel een loonstap zouden hebben gemaakt, maakt niet dat dit besluit primair de hoogte van het salaris betreft. Het genomen besluit heeft gevolgen voor de onderlinge rangorde van de salarissen en vormt een trendbreuk met het verleden toen wel steeds loonstappen zijn toegekend bij een positieve beoordeling en geen bedenkingen bestonden over het functioneren van de betreffende medewerker, de uitzondering ten aanzien van de coronapandemie daargelaten. De kantonrechter concludeert dan ook dat het besluit van CLdN om geen loonstappen toe te kennen in 2023 gekwalificeerd moet worden als een besluit tot wijziging van een belonings- of functiewaarderingssysteem als bedoeld in artikel 27 lid 2 onder c WOR, zodat CLdN daarvoor instemming had moeten vragen aan de OR. Die instemming is echter niet gevraagd, laat staan gegeven door de OR. De OR heeft tijdig de nietigheid van het besluit ingeroepen. Dit betekent dat het besluit inderdaad nietig is. De in dat kader verzochte verklaring voor recht is toewijsbaar. Het verzoek CLdN te gebieden om alsnog (een) loonstap(pen) toe te kennen aan de werknemers wordt afgewezen. Dit verzoek valt buiten de mogelijkheden die artikel 36 lid 5 WOR de OR biedt. Als de werknemers alsnog een loonstap toegekend willen hebben, zullen zij zelf hiertoe een vordering tegen CLdN moeten instellen.