Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 23 april 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:2661
Werkgever veroordeeld tot betaling van wettelijke verhoging en wettelijke rente over te laat betaald loon, alsmede tot doorbetaling van loon tot de datum waarop de arbeidsovereenkomst tot een einde is gekomen.

Feiten

Werkneemster is in dienst van werkgever. Werkneemster vordert in kort geding veroordeling van werkgever tot betaling van de wettelijke verhoging van 50% over het loon van de maand februari 2024 ad € 1.732,75 bruto, de wettelijke rente over het hiervoor genoemde loon vanaf 1 maart 2024 tot de dag van algehele voldoening en het brutosalaris van € 1.732,75 per maand, met ingang van 1 april 2024 tot aan de datum waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen tot een einde is gekomen. Werkgever is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen hem verstek is verleend.

Oordeel

De kantonrechter is van oordeel dat een loonvordering naar haar aard vrijwel steeds een spoedeisend karakter draagt. Nu werkgever niet in de procedure is verschenen, moet worden uitgegaan van de juistheid van de stellingen van werkneemster. Nu het loon te laat is betaald, is de gevorderde wettelijke verhoging toewijsbaar. De kantonrechter matigt deze tot 25%. Nu werkgever in verzuim is gebleven het loon over de maand februari 2024 tijdig te voldoen, wordt de hierover gevorderde rente eveneens toegewezen. Tot slot heeft werkneemster voldoende onderbouwd dat zij te vrezen heeft dat werkgever de volgende loonbetalingen niet of niet tijdig zal doen, zodat ook dat deel van de vordering wordt toegewezen.