Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting WilgaerdenLeekerweideGroep
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 29 maart 2024
ECLI:NL:RBNHO:2024:3329
Een ontslag op staande voet na stemverheffingen, bedreigingen en het uitdelen van trappen bij een gesprek met collega’s blijft in stand. Omdat werknemer door psychische problemen geen verwijt treft, wordt aan werknemer de transitievergoeding toegekend.

Feiten

Werknemer is in 2021 in dienst getreden bij Stichting WilgaerdenLeekerweideGroep (hierna: Wilgaerden) op basis van een leerovereenkomst en vervolgens op basis van een leer-arbeidsovereenkomst. Op 23 juni 2022 is werknemer wegens ziekte uitgevallen. In het kader van de re-integratie heeft op 30 november 2023 een gesprek plaatsgevonden met enkele collega’s en werknemer. Op 1 december 2023 is werknemer op staande voet ontslagen naar aanleiding van de gebeurtenissen tijdens het gesprek van 30 november. Werknemer verzoekt de rechter het ontslag te vernietigen.  Werknemer heeft aangevoerd dat de hem door Wilgaerden verweten gedragingen, namelijk schreeuwen, dreigen en een trap tegen een meubel geven nuance behoeven gezien de omstandigheden van ziekte en psychische problemen. Gelet op het ontbreken van een voorafgaande waarschuwing en zijn persoonlijke omstandigheden is er objectief en subjectief wat werknemer betreft geen reden voor een ontslag op staande voet. Subsidiair vordert werknemer een billijke vergoeding, een transitievergoeding en een vergoeding vanwege onregelmatige opzegging. Wilgaerden voert aan dat werknemer gezien de redenen die in de brief voor het ontslag op staande voet zijn opgenomen ongeschikt is voor zijn beoogde functie en een te groot risico vormt voor kwetsbare patiënten en vordert een verklaring voor recht dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Blijkens de ontslagbrief heeft werknemer zich tijdens het gesprek op 30 november 2023 niet weten te beheersen toen een bepaald incident werd besproken.  Hij heeft geschreeuwd en heeft dreigende taal gebruikt. Daarna heeft werknemer geroepen dat hij weg zou gaan. Hem is toen de keuze geboden rustig te worden of weg te gaan, waarop werknemer besloot te blijven. Werknemer is toen wederom gaan schreeuwen en dreigen. Vervolgens heeft werknemer onder andere een leeg theeglas naar een collega gegooid en tegen het glas naast de deur en een bureau getrapt in het de nabijheid van cliënten van Wilgaerden. Na wederom in conflict geraakt te zijn met zijn collega’s heeft werknemer het terrein van Wilgaerden verlaten door roekeloos en hard tegen de verkeersrichting in weg te rijden. De kantonrechter vindt het aannemelijk dat de gebeurtenissen zijn gelopen zoals in de ontslagbrief beschreven. Werknemer heeft erkend dat hij met luide stem heeft gesproken en dat hij door een collega is verzocht te stoppen met dreigen. Mede omdat werknemer heeft aangegeven ervoor te hebben gekozen te blijven en het gesprek na zijn eerste intentie om te vertrekken niet verliet, gaat de stelling dat hem geen ruimte is geboden zijn eigen grenzen aan te geven niet op. Daarnaast heeft werknemer niet weersproken dat hij een leeg theeglas naar zijn collega heeft gegooid. Werknemer heeft ter zitting niet weersproken tegen het glas naast de deur te hebben getrapt. Werknemer heeft een onomkeerbare grens overschreden. Wilgaerden hoeft het gedrag van werknemer, die nota bene in een zorginstelling met kwetsbare cliënten werkt, in redelijkheid  niet te tolereren. Het gedrag staat los van de ongeschiktheid van werknemer om te werken wegens ziekte, waardoor het opzegverbod niet opgaat. Hoewel sprake is van een dringende reden, treft werknemer gezien zijn ASS-diagnose en psychische klachten geen verwijt. De kantonrechter vindt het aannemelijk dat de ASS-diagnose eraan heeft bijgedragen dat werknemer zijn gedrag tijdens het gesprek niet goed kon aanpassen. Hoewel het ontslag op staande voet in stand blijft en ook geen gefixeerde schadevergoeding en billijke vergoeding worden toegewezen, wordt het verzoek van werknemer tot toekenning van een transitievergoeding van € 2.632,32 wel toegewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, omdat geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een van de partijen.