Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgeefster/Interpolis c.s.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 15 mei 2024
ECLI:NL:RBMNE:2024:2934
Bedrijfsarts die ten onrechte heeft geadviseerd om werkneemster hersteld te melden, is tekortgeschoten in zijn verplichtingen. Toch geen volledige vergoeding van (loon)schade voor werkgeefster door contractuele schadebeperking.

Feiten

Sinds 1996 is werkneemster voor 19 uur per week in dienst bij werkgeefster als leidinggevende snackbarmedewerkster. Op 22 december 2016 heeft werkneemster zich ziek gemeld wegens ernstige psychische problematiek. Werkgeefster, een familiebedrijf in de evenementenbranche, maakte in 2017 en 2018 op basis van een overeenkomst met Interpolis gebruik van de arbodienstverlening van Zorg van de Zaak Netwerk B.V. (hierna: Zorg van de Zaak). De arbodienstverlening werd onder andere uitgevoerd door de bedrijfsarts. In januari 2018 heeft de bedrijfsarts geoordeeld dat werkneemster haar eigen leidinggevende taken in de avonduren niet meer kan verrichten. Vanaf maart 2018 heeft werkneemster op advies van de bedrijfsarts voor twee uur per week eenvoudige voorbereidingswerkzaamheden in de keuken gedaan. In juli 2018 veranderde het advies van de bedrijfsarts: er was herstel opgetreden en hij zag nu wel mogelijkheden voor het verrichten van eigen werk. Op 26 september 2018 adviseerde de bedrijfsarts om werkneemster per 15 oktober 2019 volledig hersteld te melden. Op dat moment verrichtte werkneemster nog steeds geen eigen werkzaamheden. Op 28 december 2018 meldde werkneemster zich opnieuw ziek. Doordat tussen de herstelmelding en de nieuwe ziekmelding meer dan 28 dagen waren verstreken, was een nieuwe ziekteperiode van twee jaar aangevangen. In onderhavige (civiele) procedure verwijt werkgeefster de bedrijfsarts dat hij tekortgeschoten is door onjuist te adviseren. Volgens werkgeefster heeft zij daardoor (loon)schade geleden. Zij eist dan ook een schadevergoeding van Interpolis en Zorg van de Zaak van onder andere salariskosten over 2019 en 2020 ad € 31.150,67.

Oordeel

De rechtbank oordeelt als volgt. Het verwijt van werkgeefster slaagt. Een werkneemster die 21 maanden geleden is uitgevallen, sindsdien haar eigen taken niet meer heeft verricht en niet in de avonduren dan wel haar volle uren heeft kunnen werken, kan niet zonder voorbehoud en zonder tussentijdse controle als (in drie weken) volledig hersteld worden beoordeeld. Het had op de weg van de bedrijfsarts gelegen om werkneemster kort voor het herstelmoment opnieuw te beoordelen. Hoewel niet is gebleken dat een dergelijke plicht in algemene zin op bedrijfsartsen rust, had deze situatie – gelet op de lange duur van de arbeidsongeschikt en het nog niet verrichten van de eigen taken en uren – daar wel aanleiding toe gegeven.  Werkgeefster kan Zorg van de Zaak echter niet aansprakelijk stellen voor de onjuiste advisering. Zorg van de Zaak is namelijk een moedermaatschappij die enkel fungeert als financiële holding. De arbodienstverlening werd uitgevoerd door dochtermaatschappij Zorg van de Zaak N.V. Werkgeefster heeft dus de verkeerde partij gedagvaard. De rechtbank merkt verder op dat zij op dit moment bovendien geen aanleiding ziet om aan te nemen dat er een overeenkomst bestond tussen werkgeefster en Zorg van de Zaak N.V. De arbodienstverlening was namelijk onderdeel van de overeenkomst tussen werkgeefster en Interpolis. Interpolis is daarom wel aansprakelijk. De tussen werkgeefster en Interpolis afgesloten overeenkomst bevat echter een clausule waarin de verplichting tot vergoeding van schade van Interpolis wordt beperkt tot het bedrag dat werkgeefster voor de diensten betaalt. Dat is € 108,42. Het verweer van werkgeefster dat zij bij de totstandkoming van de overeenkomst niet de wil heeft gehad om de schadeplichtigheid van Interpolis dusdanig te beperken, slaagt niet. Ook wordt het verzoek van werkgeefster om de clausule buiten toepassing te verklaren op grond van de redelijkheid en billijkheid afgewezen. Die lat ligt namelijk hoog. Dat de vergoeding zich niet verhoudt tot de daadwerkelijke schade is daarvoor onvoldoende. Werkgeefster is geen kleine ondernemer en het was voor haar voorzienbaar dat onjuiste advisering zou kunnen leiden tot grote(re) schadeposten. Interpolis dient derhalve (slechts) € 108,42 aan schade te vergoeden. Ook dient Interpolis de incassokosten en proceskosten te betalen.