Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 7 mei 2024
ECLI:NL:RBNHO:2024:5682
Feiten
Royalty Cargo Solutions (hierna: RCS), een bedrijf dat zich bezighoudt met nationaal en internationaal goederenvervoer over de weg, heeft de vader van de directeur-eigenaar van RCS (hierna: werknemer) sinds 1 februari 2018 in dienst als chauffeur. De cao Beroepsgoederenvervoer is van toepassing op de arbeidsovereenkomst. Werknemer heeft bij zijn indiensttreding een auto ter beschikking gekregen. Sinds juli 2023 is er geen contact meer tussen werknemer (vader) en de directeur-eigenaar (zoon). Omdat werknemer de auto niet meer voor het werk gebruikte, werd sinds september 2023 de fiscale bijtelling van de dienstauto bij werknemer in rekening gebracht. Op 11 januari 2024 ontving werknemer een officiële waarschuwing van RCS wegens het weigeren van redelijke opdrachten en het zich negatief uitlaten over RCS tegen diverse relaties, collega’s en cliënten van RCS. Werknemer reageerde hierop via zijn gemachtigde op 1 februari 2024, waarbij ook betaling van achterstallig loon en vakantie-uren werd gevorderd. Vanaf 5 februari 2024 is werknemer vrijgesteld van werkzaamheden met behoud van loon. RCS verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer wegens verwijtbaar handelen, een verstoorde arbeidsverhouding en/of een combinatie van omstandigheden. RCS stelt dat werknemer zich een bevoorrechte rol toe-eigent binnen het bedrijf, boven regels denkt te staan, schade dreigt toe te brengen en zonder overleg lange vakantie nam. Mocht de arbeidsovereenkomst worden ontbonden, dan verzoekt werknemer om een transitievergoeding en een billijke vergoeding, stellende dat RCS doelbewust de arbeidsverhouding heeft beschadigd en hem geen kans heeft gegeven om zijn gedrag te verbeteren. RCS heeft volgens hem ernstig verwijtbaar gehandeld als werkgever.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst tussen RCS en werknemer moet worden ontbonden wegens een ernstig verstoorde arbeidsverhouding (artikel 7:669 lid 3 sub g BW). De arbeidsverhouding is zodanig duurzaam verstoord dat van RCS niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Werknemer dwingt een onwenselijke positie af, wat zijn zoon als directeur-eigenaar onder druk zet om aan de vele financiële verzoeken van zijn vader toe te geven. RCS wijst op vele salarisverhogingen die andere werknemers niet krijgen, de steeds grotere bedrijfsauto en het feit dat de fiscale bijtelling voor de bedrijfsauto tot september 2023 niet bij werknemer in rekening werd gebracht. Werknemer betwist dat druk zou zijn uitgeoefend, maar hij heeft niet weersproken dat hij van RCS heeft geëist het verschil in nettoloon te compenseren, nadat RCS niet aan zijn verzoek wilde voldoen om hem eerder met pensioen te laten gaan. Werknemer stuurde volgens RCS eveneens dreigende Whatsapp-berichten en uitte zich negatief over RCS. Partijen zijn naar het oordeel van de kantonrechter niet in staat om met elkaar in gesprek te gaan over een oplossing. Vader en zoon praten al bijna een jaar niet en zien mediation niet als een optie. Het is de kantonrechter duidelijk geworden dat al geruime tijd sprake is van een machtsstrijd tussen vader en zoon, die niet in een arbeidsrechtelijke verhouding thuishoort, zeker niet in de onderhavige gezagsverhouding waar zoon werkgever van vader is. Dit kwalificeert als een ernstig verstoorde arbeidsrelatie. Van RCS kan in redelijkheid niet worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren en herplaatsing ligt niet in de rede. De arbeidsovereenkomst eindigt op 1 juli 2024. Werknemer krijgt geen billijke vergoeding, omdat er geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door RCS. De fiscale bijtelling en het inhouden van vakantie-uren zijn verwijtbaar, maar niet ernstig verwijtbaar. Werknemer ontvangt wel een transitievergoeding van € 9.484,65 bruto.