Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 8 maart 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:9376
Late ‘switch’ werknemer in strijd met goede procesorde. Kantonrechter beslist op het oorspronkelijke verzoek van werknemer. Ontslag op staande voet vanwege disfunctioneren/ongeoorloofde afwezigheid wordt vernietigd.

Feiten

Werknemer is in augustus 2023 in dienst getreden van werkgeefster. Werknemer is op 14 november 2023 per brief op staande voet ontslagen, vanwege – kort gezegd – disfunctioneren en ongeoorloofde afwezigheid bij een zakelijke bijeenkomst op 13 november 2023. Werknemer verzoekt primair vernietiging van het ontslag op staande voet en subsidiair toekenning van een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding. Ook verzoekt werknemer veroordeling van werkgeefster tot betaling van (achterstallig) salaris. Tijdens de mondelinge behandeling hebben beide partijen hun standpunten kunnen toelichten. Met instemming van partijen heeft de kantonrechter daarop enkele opmerkingen gemaakt bij wijze van een inleiding tot een voorlopig oordeel. Naar aanleiding daarvan heeft de gemachtigde van werknemer laten weten het primaire verzoek in te trekken en alsnog de ‘switch’ te willen toepassen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt.

Late ‘switch’ in strijd met goede procesorde

De kantonrechter is van oordeel dat het in strijd is met de goede procesorde indien, nadat beide partijen tot tweemaal toe hun standpunten tijdens de mondelinge behandeling hebben kunnen toelichten, het partijdebat daarmee is afgesloten en de kantonrechter een eerste voorlopig oordeel heeft gegeven over de verzoeken, zoals die in het inleidende verzoekschrift zijn opgenomen, partijen alsnog het processuele speelveld zouden kunnen wijzigen door delen van het oorspronkelijke verzoek in te trekken. Dat is met name pregnant in procedures, zoals de onderhavige, waarbij een (primair) verzoek tot vernietiging van een ontslag op staande voet wezenlijk andere rechtsgevolgen heeft dan het (subsidiaire) verzoek tot toekenning van – kort gezegd – ontslagvergoedingen. Aldus zal de kantonrechter oordelen aan de hand van het originele en ongewijzigde petitum in het inleidende verzoekschrift.

Ontslag op staande voet

Naar het oordeel van de kantonrechter is het ontslag op staande voet ten onrechte gegeven. Disfunctioneren in de periode voorafgaand aan het ontslag kan geen dringende reden opleveren, voor zover in dit geval al sprake is van disfunctioneren. Directe aanleiding voor het ontslag is geweest de ongeoorloofde afwezigheid van werknemer bij een belangrijke zakelijke bijeenkomst. De ongeoorloofdheid van zijn afwezigheid is echter niet komen vast te staan. Niet is gebleken op welke wijze en dat werkgeefster werknemer erop heeft gewezen dat zijn aanwezigheid op 13 november 2023 onontbeerlijk was. In dat kader acht de kantonrechter het ontslag op staande voet een te vergaande maatregel. De kantonrechter vernietigt het ontslag op staande voet en verplicht werkgeefster om werknemer toe te laten tot de werkvloer om hem in staat te stellen de overeengekomen werkzaamheden te verrichten.

Loonvordering

De loonvorderingen van werknemer wordt afgewezen, hetgeen voortvloeit uit het feit dat de arbeidsovereenkomst een overeenkomst met flexibele uren betreft. Dat laatste blijkt immers duidelijk uit de bewoordingen van de arbeidsovereenkomst. In het kader van de (eerste) loonvordering voor achterstallig salaris had het op de weg gelegen van werknemer om de wekelijkse urenstaten over te leggen. Nu werknemer dat niet heeft gedaan, heeft hij in onvoldoende mate zijn loonvordering voor achterstallig salaris onderbouwd. Voor de (tweede) loonvordering (doorbetaling van salaris vanaf 14 november 2023) geldt dat werknemer alleen recht heeft op betaling van werkelijk gewerkte uren en na 14 november 2023 heeft werknemer geen uren meer gewerkt.